Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 9 oktober 2012

ECLI:NL:CRVB:2012:BX9668Zaaknummer 09-6931 ANW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
9 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6931 ANW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Geen procesbelang meer.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2012.

(getekend) C. van Viegen

(getekend) J.T.P. Pot

IJ

Volledige tekst

09/6931 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 november 2009, 09/273 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

wijlen [Appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak 9 oktober 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.J. van Basten Batenburg, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Mr. Van Basten Batenburg heeft de Raad bericht dat appellant op 14 september 2011 is overleden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2012. Bij die gelegenheid is gebleken dat zich tot dat moment geen erven van appellant hadden gemeld. Mr. Van Basten Batenburg heeft meegedeeld dat hij in deze procedure niet langer als gemachtigde kan optreden. Het onderzoek is vervolgens gesloten.

De Raad heeft het onderzoek heropend. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer van de Raad.

Vervolgens is, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant mededeling gedaan van de behandeling van de zaak ter zitting van 11 september 2012. Voor appellant is op 11 september 2012 niemand verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.F.M. Vonk.

OVERWEGINGEN

De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2012.

(getekend) C. van Viegen

(getekend) J.T.P. Pot

IJ

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.