Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 15 februari 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BV6119Zaaknummer 10-2828 WAO
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 15 februari 2012
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-2828 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Herziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van feiten of omstandigheden op grond waarvan de onherroepelijk geworden uitspraak kan worden herzien.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en B.M. van Dun en B. Barentsen als leden, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2012.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) N.S.A. El Hana.
KR
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
10/2828 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (verzoeker),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 26 maart 2010, 09/1145, in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 15 februari 2012
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 januari 2012. Verzoeker is verschenen en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Reith.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij uitspraak waarvan herziening is verzocht heeft de Raad, oordelend op het hoger beroep van verzoeker, de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 20 januari 2009, 08/1091, bevestigd.
2. In het verzoek om herziening heeft verzoeker uiteengezet waarom hij het niet eens is met de uitspraak van de Raad van 26 maart 2010. In essentie komt het betoog van verzoeker erop neer dat de Raad ten onrechte heeft overwogen dat het Uwv terecht de datum 20 februari 2006 heeft aangenomen als de dag waarop de beperkingen van verzoeker zijn toegenomen. Verzoeker is van mening dat zijn beperkingen al op een eerdere datum zijn toegenomen en ter onderbouwing van deze stelling heeft verzoeker diverse - met name medische - stukken in het geding gebracht.
3. De Raad overweegt als volgt.
3.1. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3.2. Naar vaste rechtspraak van de Raad, zoals deze blijkt uit onder andere zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
3.3. Hetgeen verzoeker in zijn verzoekschrift - met bijlagen - en ter zitting heeft aangevoerd zijn geen feiten of omstandigheden die voldoen aan de drie in artikel 8:88 van de Awb omschreven cumulatieve voorwaarden. De Raad moet vaststellen dat verzoeker met het onderhavige verzoek kennelijk heeft beoogd op basis van reeds bekende gegevens een - bij het rechtsmiddel van herziening niet passende - hernieuwde discussie te voeren.
3.4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en B.M. van Dun en B. Barentsen als leden, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2012.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) N.S.A. El Hana.
KR
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 21 Berw
- Artikel 8:88 Awb meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.