Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 10 juni 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7773Zaaknummer 10-2906 WAO
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 10 juni 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-2906 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Herziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, juncto artikel 21 van de Beroepswet.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2011.
(get.) J. Brand.
(get.) T.J. van der Torn.
TM
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
10/2906 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te Marokko (hierna: verzoeker),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 september 2009, 09/2591 WAO + 09/3875 WAO-VV (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 juni 2011
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft bij schrijven van 11 mei 2010, aangevuld met de brief van 13 december 2010, verzocht om herziening van de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een reactie hierop gegeven.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2011. Verzoeker is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.1. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om herziening geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.
2.2. Het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening is naar vaste rechtspraak van de Raad niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, juncto artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken uitspraak te openen. Al hetgeen verzoeker heeft aangevoerd om een hernieuwde discussie als hiervoor bedoeld te openen dient mitsdien buiten bespreking te blijven.
2.3. Het verzoek om herziening dient gelet op hetgeen is overwogen in 2.1 en 2.2 te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2011.
(get.) J. Brand.
(get.) T.J. van der Torn.
TM
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 21 Berw
- Artikel 8:88 Awb meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.