Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 21 januari 2011

ECLI:NL:CRVB:2011:BP1898Zaaknummer 09-7021 ZW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-7021 ZW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vaststelling ZW-dagloon. Hetgeen appellante in beroep heeft aangevoerd kan niet tot het oordeel leiden dat de vaststelling van het dagloon niet is geschied in overeenstemming met het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (hierna Besluit). Appellante heeft voor de gronden van haar hoger beroep verwezen naar de gronden die door haar in bezwaar en in beroep naar voren zijn gebracht, zij acht zich een starter op de arbeidsmarkt en naar haar opvatting dient zij ook als starter in de zin van het Besluit te worden aangemerkt. Het standpunt van appellante weergegeven in de tweede volzin van 2 gaat er ten onrechte aan voorbij dat voor de toepassing van het Besluit dient te worden uitgegaan van het in het Besluit gedefinieerde begrip starter en niet van het begrip starter zoals dit volgens appellante in het algemeen spraakgebruik wordt gebezigd.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2011.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) D.E.P.M. Bary.

KR

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

09/7021 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 23 november 2009, 09/697 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J. Heek, werkzaam bij Stichting Schaderegelingskantoor voor Rechtsbijstandverzekering (SRK) te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2010. Appellante was vertegenwoordigd door mr. Heek en het Uwv door L. den Hartog.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het besluit van 9 april 2009, waarbij het Uwv - beslissend op bezwaar - heeft gehandhaafd zijn besluit het zogenoemde ZW-dagloon van appellante vast te stellen op een bedrag van € 32,49.

1.2. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat hetgeen appellante in beroep heeft aangevoerd niet tot het oordeel kan leiden dat de vaststelling van het dagloon niet is geschied in overeenstemming met het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (hierna: Besluit).

2. Appellante heeft voor de gronden van haar hoger beroep verwezen naar de gronden die door haar in bezwaar en in beroep naar voren zijn gebracht.

Appellante acht zich een starter op de arbeidsmarkt en naar haar opvatting dient zij ook als starter in de zin van het Besluit te worden aangemerkt.

3.1. De Raad overweegt als volgt.

3.2. De door appellante in beroep ingebrachte gronden zijn door de rechtbank beoordeeld. Appellante heeft in hoger beroep niet aangegeven op welke gronden zij van mening is dat de door de rechtbank gegeven beoordeling onjuist is.

De Raad kan zich geheel in de beoordeling door de rechtbank vinden. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat hetgeen appellante in beroep heeft aangevoerd niet tot het oordeel kan leiden dat de vaststelling van het dagloon niet is geschied in overeenstemming met het Besluit.

3.3. Het standpunt van appellante weergegeven in de tweede volzin van 2 gaat er ten onrechte aan voorbij dat voor de toepassing van het Besluit dient te worden uitgegaan van het in het Besluit gedefinieerde begrip starter en niet van het begrip starter zoals dit volgens appellante in het algemeen spraakgebruik wordt gebezigd.

3.4. Het hoger beroep treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2011.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) D.E.P.M. Bary.

KR

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.