Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 15 december 2010

ECLI:NL:CRVB:2010:BO7476Zaaknummer 09-3568 ZW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-3568 ZW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geen recht op een uitkering op grond van de Ziektewet. Appellant heeft geen medische informatie ingebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van de beoordeling door de verzekeringsartsen. Geschiktheid voor tenminste één van de in juli 2003 in het kader van de WAO-beoordeling voor hem geselecteerde functies. Geen onderbouwing met medische gegevens dat appellants beperkingen op 3 juli 2008 van dien aard waren dat het verrichten van werk onmogelijk was. Een verslechtering in appellants gezondheidstoestand na de datum in geding betekent niet dat de bezwaarverzekeringsarts de belastbaarheid van appellant op de in dit geding relevante datum onjuist heeft beoordeeld.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) D.E.P.M. Bary.

JL

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

09/3568 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 mei 2009, 08/7498 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 15 december 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.G.B. Bergenhenegouwen, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2010. Partijen zijn met bericht van verhindering niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant heeft zich op 28 januari 2008 bij het Uwv ziek gemeld. Destijds ontving appellant, nadat hem medio 2003 geen uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) was toegekend, een werkloosheidsuitkering.

2. Bij besluit van 7 juli 2008 is aan appellant met ingang van 28 januari 2008 geen ziekengelduitkering toegekend, omdat hij niet ongeschikt werd geacht voor tenminste één van de in juli 2003 in het kader van de WAO-beoordeling voor hem geselecteerde functies.

3. Bij besluit van 5 september 2008 (het bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 7 juli 2008 gegrond verklaard en beslist dat appellant met ingang van 3 juli 2008 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding het medisch onderzoek van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts onzorgvuldig te achten en heeft verder in aanmerking genomen dat appellant geen medische informatie heeft ingebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van de beoordeling door de verzekeringsartsen.

5.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Appellant heeft zijn in hoger beroep herhaalde standpunt, dat zijn beperkingen op 3 juli 2008 van dien aard waren dat het verrichten van werk onmogelijk was niet met medische gegevens onderbouwd.

5.2. Dat ten aanzien van appellant recentelijk een indicatie is gesteld voor het gebruik van een rolstoel kan aan het vorenstaande niet afdoen. Een verslechtering in appellants gezondheidstoestand na de datum in geding betekent niet dat de bezwaarverzekeringsarts de belastbaarheid van appellant op de in dit geding relevante datum onjuist heeft beoordeeld.

6. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 en 5.2 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) D.E.P.M. Bary.

JL

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.