Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 5 november 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BO3352Zaaknummer 09-1855 ANW
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 5 november 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-1855 ANW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Herziening ANW-uitkering met terugwerkende kracht. WW-uitkering. Schending inlichtingenverplichting. Het had appellante redelijkerwijs duidelijk kunnen zijn dat zij te veel ANW-uitkering ontving. De Svb heeft het beleid terzake consistent toegepast. Geen sprake van ongeschreven rechtsregels, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel, die zich verzetten tegen herziening met terugwerkende kracht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2010.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) T.J. van der Torn.
EK
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
09/1855 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 23 februari 2009, 08/1115 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 5 november 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. F. Bakker, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Bakker. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door F. Aalders.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Aan appellante is bij besluit van 14 mei 2007 een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) toegekend. Met ingang van 1 augustus 2007 is de dienstbetrekking waarin appellante werkzaam was beëindigd. Door appellante zijn aan de Svb kopieën toegezonden van de vaststellingsovereenkomst waarbij de arbeidsovereenkomst is ontbonden en een salarisspecificatie. Bij besluit van 3 oktober 2007 is, op grond van de door appellante verstrekte informatie ten aanzien van de wijziging van haar inkomen, de hoogte van de uitkering opnieuw vastgesteld. Daarbij heeft de Svb het inkomen van appellante vanaf augustus 2007 op nihil gesteld.
1.2. Tijdens een telefonisch onderhoud op 20 juni 2008 heeft appellante de Svb ervan op de hoogte gesteld dat zij sinds augustus 2007 een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) ontvangt. Vervolgens heeft appellante een wijzigingsformulier ingezonden en heeft zij specificaties overgelegd van de aan haar betaalde WW-uitkering.
1.3. Bij besluit van 1 augustus 2008 heeft de Svb het inkomen van appellante over de periode augustus 2007 tot en met juli 2008 opnieuw vastgesteld en het recht van appellante op uitkering ingevolge de ANW herzien. In een begeleidende brief bij dat besluit heeft de Svb aan appellante medegedeeld dat het voornemen bestaat de over voornoemd tijdvak onverschuldigd betaalde uitkering van € 9.140,76 van haar terug te vorderen.
1.4. Bij het bestreden besluit van 14 november 2008 heeft de Svb het bezwaar van appellante tegen het besluit van 1 augustus 2008 ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat appellante heeft verzuimd de Svb tijdig in te lichten over het ontvangen van een WW-uitkering en dat het appellante redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat zij te veel ANW-uitkering ontving. Opgemerkt wordt dat in het geval van appellante geen sprake is van een dringende reden welke ertoe zou moeten leiden dat geheel of gedeeltelijk van herziening van de ANW-uitkering wordt afgezien.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij is onder meer overwogen dat het appellante redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat zij aan de Svb opgave had moeten doen van de aan haar toegekende WW-uitkering en dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante hierdoor haar inlichtingenplicht heeft geschonden.
3. Namens appellante is in hoger beroep aangevoerd dat zij wel aan haar inlichtingenplicht heeft voldaan. De Svb had uit de mededeling dat haar dienstverband per 1 augustus 2007 werd beëindigd moeten concluderen dat appellante vervolgens een WW-uitkering zou ontvangen. Verder is aangevoerd dat herziening van de ANW-uitkering met volledige terugwerkende kracht kennelijk onredelijk is en daadwerkelijk ingrijpend is in het leven van appellante.
4.1. De Raad overweegt het volgende.
4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de in het besluit van 1 augustus 2008 vastgestelde aanspraken van appellante op uitkering ingevolge de ANW vanaf augustus 2007 tot en met juli 2008 juist zijn berekend en dat de Svb aan appellante over dat tijdvak te veel nabestaandenuitkering heeft betaald. Tussen partijen is in hoger beroep met name in geschil of de Svb met recht de uitkering van appellante met terugwerkende kracht
tot 1 augustus 2007 heeft herzien.
4.3. De Raad stelt voorop dat uit artikel 34, eerste lid, van de ANW, volgt dat indien de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, de Svb gehouden is het desbetreffende besluit te herzien of in te trekken. Uitgangspunt van artikel 34 van de ANW is blijkens de wetsgeschiedenis dat in alle gevallen correctie van fouten moet plaatsvinden, maar dat aangesloten moet worden bij het rechtszekerheidsbeginsel zoals dat in de rechtspraak is ontwikkeld.
4.4. De Svb heeft een beleid ontwikkeld ten aanzien van het terugkomen van besluiten ten nadele van een betrokkene met terugwerkende kracht, waarbij rekening is gehouden met algemene rechtsbeginselen zoals het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Uitgangspunt van dit beleid is dat de Svb niet tot herziening of intrekking met volledige terugwerkende kracht overgaat als de betrokkene al zijn verplichtingen is nagekomen en hij voorts niet heeft kunnen onderkennen dat de uitkering ten onrechte werd verleend.
4.5. Voorts blijkt uit de beleidsregels van de Svb dat met toepassing van artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht geheel of gedeeltelijk van herziening wordt afgezien als de bijzondere omstandigheden van het geval tot het oordeel leiden dat een volledige terugwerkende kracht kennelijk onredelijk is.
4.6. De Raad is thans van oordeel – in lijn met zijn uitspraak van 16 juli 2010 (LJN BN2197) met betrekking tot het met terugwerkende kracht herzien van een WAO-uitkering en het in dat kader door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gevoerde beleid – dat het door de Svb ter zake gevoerde beleid aangemerkt dient te worden als een buitenwettelijk, begunstigend beleid. Naar vaste rechtspraak dient een dergelijk beleid door de bestuursrechter terughoudend te worden getoetst. Dit houdt in dat de aanwezigheid en de toepassing van dat beleid als een gegeven wordt aanvaard met dien verstande dat wordt getoetst of een zodanig beleid op consistente wijze is toegepast.
4.7. De Raad is niet gebleken dat de Svb voormeld beleid niet consistent heeft toegepast. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het appellante redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat haar inkomsten uit een WW-uitkering van invloed zouden zijn op de hoogte van haar ANW-uitkering. Voorts heeft de Raad in hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, geen aanknopingspunten kunnen vinden voor het oordeel dat in het geval van appellante sprake is van een kennelijke onredelijke toepassing van artikel 34 van de ANW als bedoeld in voornoemd beleid van de Svb.
4.8. In hetgeen appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat in haar geval ongeschreven rechtsregels, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel, zich verzetten tegen toepassing van artikel 34 van de ANW met terugwerkende kracht.
4.9. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2010.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) T.J. van der Torn.
EK
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:CRVB:2022:2212 Centrale Raad van Beroep, 13 oktober 2022 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2021:1018 Centrale Raad van Beroep, 4 mei 2021 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2020:1234 Centrale Raad van Beroep, 11 juni 2020 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2020:60 Centrale Raad van Beroep, 10 januari 2020 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:4246 Centrale Raad van Beroep, 18 december 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:3530 Centrale Raad van Beroep, 8 november 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:2730 Centrale Raad van Beroep, 15 augustus 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:2800 Centrale Raad van Beroep, 9 augustus 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:2266 Centrale Raad van Beroep, 11 juli 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:2268 Centrale Raad van Beroep, 11 juli 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:2269 Centrale Raad van Beroep, 10 juli 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:8 Centrale Raad van Beroep, 3 januari 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:3717 Centrale Raad van Beroep, 15 november 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2017:1846 Centrale Raad van Beroep, 19 mei 2017 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2017:1851 Centrale Raad van Beroep, 19 mei 2017 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2017:1472 Centrale Raad van Beroep, 7 april 2017 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:4719 Centrale Raad van Beroep, 9 december 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:4437 Centrale Raad van Beroep, 18 november 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:2516 Centrale Raad van Beroep, 24 juni 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:1636 Centrale Raad van Beroep, 29 april 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:1208 Centrale Raad van Beroep, 1 april 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:4857 Centrale Raad van Beroep, 23 december 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:4726 Centrale Raad van Beroep, 22 december 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:4432 Centrale Raad van Beroep, 4 december 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:3864 Centrale Raad van Beroep, 6 november 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:3874 Centrale Raad van Beroep, 6 november 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:2919 Centrale Raad van Beroep, 28 augustus 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:1465 Centrale Raad van Beroep, 8 mei 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:812 Centrale Raad van Beroep, 27 februari 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:3224 Centrale Raad van Beroep, 3 oktober 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:2934 Centrale Raad van Beroep, 22 augustus 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:2713 Centrale Raad van Beroep, 8 augustus 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:1696 Centrale Raad van Beroep, 16 mei 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:1619 Centrale Raad van Beroep, 2 mei 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:772 Centrale Raad van Beroep, 7 maart 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:876 Centrale Raad van Beroep, 7 maart 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:691 Centrale Raad van Beroep, 21 februari 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:344 Centrale Raad van Beroep, 24 januari 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:116 Centrale Raad van Beroep, 17 januari 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:71 Centrale Raad van Beroep, 17 januari 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2013:2973 Centrale Raad van Beroep, 19 december 2013 (socialezekerheidsrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.