Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 8 september 2010

ECLI:NL:CRVB:2010:BN6761Zaaknummer 09-3611 ZW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
8 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-3611 ZW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het Uwv is met de nieuwe beslissing op bezwaar geheel aan de bezwaren van appellant tegemoetgekomen. Proceskosten. Forfaitaire vergoeding voor de kosten van de uitgebrachte medische rapporten van het Neurologisch Expertise en Behandelcentrum te Diever.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.045,93.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 september 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) M. Mostert.

TM

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

09/3611 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 30 juni 2009, 08/771 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 8 september 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft K. Abel, werkzaam bij Juricon Adviesgroep B.V. te Assen, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft op 16 juli 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 6 augustus 2010 heeft J.R. Beukema, eveneens werkzaam bij Juricon Adviesgroep B.V., namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft bij brief van 16 augustus 2010 de Raad bericht dat het kan instemmen met een veroordeling in de proceskosten.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 16 juli 2010 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb het Uwv te veroordeling in de proceskosten van appellant. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Daarnaast komen de kosten van de uitgebrachte medische rapporten van het Neurologisch Expertise en Behandelcentrum te Diever voor vergoeding in aanmerking. Gelet op artikel 2, eerste lid, onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht komt aan appellant bij een bestede tijd van 17,50 uur een forfaitaire vergoeding toe van in totaal € 1.079,93. Dit bedrag is gebaseerd op het voor dergelijke rapporten in artikel 1, eerste lid onder IV van d Wet Tarieven in strafzaken van toepassing verklaarde Besluit Tarieven in strafzaken vastgestelde maximum uurtarief van € 61,71 per uur.

Voor vergoeding van het griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.045,93.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 september 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) M. Mostert.

TM

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.