Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 3 september 2010

ECLI:NL:CRVB:2010:BN6016Zaaknummer 09-2675 ANW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
3 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2675 ANW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Herziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2010.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) A.L. de Gier.

EV

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

09/2675 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

Met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[Verzoekster], wonende te Marokko (hierna: verzoekster),

om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 december 2008, 08/796,

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 3 september 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 18 december 2008 heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

20 december 2007, nr. 07/1490.

Verzoekster heeft bij brief van 21 april 2009 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 december 2008.

Door de Svb is op dit verzoek om herziening een reactie ingezonden, waarop vervolgens door verzoekster is gereageerd.

Het verzoek is behandeld ter zitting van de Raad op 23 juli 2010. Verzoekster is daar niet verschenen en de Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M. Aalders.

II. OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Verzoekster heeft in haar verzoek om herziening aangevoerd dat zij het niet eens is met de uitspraak van de Raad van

18 december 2008, omdat zij invalide is en medische behandelingen ondergaat.

3. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat namens verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in genoemde bepalingen van de Awb, naar voren is gebracht. Daarbij wijst de Raad erop dat de door verzoekster aangevoerde omstandigheden ook al naar voren zijn gebracht in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van 18 december 2008.

4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2010.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) A.L. de Gier.

EV

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.