Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 17 februari 2010

ECLI:NL:CRVB:2010:BL4293Zaaknummer 08-1239 WIA

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1239 WIA
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. De indiener van het hoger beroep is overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het geding. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Geen belanghebbenden na oproep in de Staatscourant.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2010.

(get.) H. Bolt.

(get.) A.L. de Gier.

IvR

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

08/1239 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

wijlen [naam appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te Hoensbroek (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 januari 2008, 07/1077,

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 17 februari 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.A. van der Made, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Mr. Van der Made heeft nadien de Raad schriftelijk meegedeeld dat appellant medio 2008 is overleden en dat het hem niet is gelukt om de erfgenamen op te sporen. Hij heeft verzocht om de procedure op basis van de stukken voort te zetten en te kennen gegeven dat hij niet bij de behandeling van de zaak ter zitting aanwezig zal zijn.

In de Staatscourant van 2 december 2009 is de in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde aankondiging van de zaak gedaan.

Het geding is aan de orde gesteld op 6 januari 2010. Voor appellant is niemand verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.W. Huiskamp.

II. OVERWEGINGEN

Naar het oordeel van de Raad is het hoger beroep, gelet op de in rubriek I beschreven feiten, niet (langer) ontvankelijk. Daartoe overweegt de Raad als volgt.

De indiener van het hoger beroep, [naam appellant], is overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het geding. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten.

Na ’s-Raads oproep in de Staatscourant hebben geen belanghebbenden verzocht als partij aan het geding deel te mogen nemen.

De Raad komt derhalve tot het oordeel dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen, zodat het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2010.

(get.) H. Bolt.

(get.) A.L. de Gier.

IvR

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.