Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 30 augustus 2007
ECLI:NL:CRVB:2007:BB4599Zaaknummer 07/1064 WUV-VV
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 30 augustus 2007
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/1064 WUV-VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening. Geen sprake van een voldoende zwaarwegend spoedeisend belang dat het treffen van een voorziening rechtvaardigt.
III. BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht af.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra. De beslissing is, in tegenwoordigheid van O. Boute als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2007.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) O. Boute.
SG
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
07/1064 WUV-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:
[Verzoeker],
in verband met het geding tussen:
verzoeker
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster
Datum uitspraak: 30 augustus 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoek is beroep ingesteld tegen een onder dagtekening 22 februari 2007, kenmerk JZ/T60/2007, door verweerster genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij het na bezwaar genomen besluit van 22 februari 2007 heeft verweerster de weigering gehandhaafd het eerdere, naar aanleiding van de in augustus 2000 gedane aanvraag, genomen besluit van 16 juli 2001 te herzien. In dat verband is overwogen kort gezegd - dat verzoeker geen nieuwe feiten of gegevens zijn ingediend op grond waarvan vast is komen te staan dat verzoeker vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan dan wel heeft verkeerd in met de vervolging vergelijkbare omstandigheden.
2. Het verzoek om voorlopige voorziening strekt ertoe dat verzoeker, gezien zijn geringe inkomen en leeftijd, op korte termijn in aanmerking wordt gebracht voor een periodieke uitkering in de zin van de Wet.
3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
3.1. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3.2. De voorzieningenrechter acht met hetgeen namens verzoeker is aangevoerd geen sprake van een voldoende zwaarwegend spoedeisend belang dat het treffen van een voorziening rechtvaardigt. Hierbij is mede in aanmerking genomen dat naar verwachting het beroep in de hoofdzaak van verzoeker reeds in het eerste kwartaal van 2008 door de Raad zal worden behandeld.
4. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond moet worden verklaard en voor afwijzing in aanmerking komt.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht af.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra. De beslissing is, in tegenwoordigheid van O. Boute als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2007.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) O. Boute.
SG
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 8:84 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 17 Berw
- Artikel 21 Berw
- Artikel 8:81 Awb meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.