Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 9 maart 2007

ECLI:NL:CRVB:2007:BA0445Zaaknummer 04-6405 WAO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
9 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-6405 WAO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WeigeringWAO-toe te kenen. Uwv komt terug van besluit.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 8 september 2003 gegrond en vernietigt dat besluit;

Bepaalt dat de Raad van bestuur het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een nieuwe beslissing op bezwaar neemt.

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant in eerste aanleg en in hoger beroep tot een bedrag groot € 1288,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van € 133,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

JL

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

04/6405 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 13 oktober 2004, 03/2525 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 maart 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.A. Bart, advocaat te Veenendaal, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2007. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Bart en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.A. Put.

II. OVERWEGINGEN

Het Uwv heeft bij primair besluit van 21 januari 2003 geweigerd om aan appellant per

21 maart 2002 een WAO-uitkering toe te kennen omdat hij geschikt wordt geacht om zijn eigen werk van schoonmaker te verrichten.

Bij besluit van 8 september 2003 heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van

21 januari 2003 ongegrond verklaard.

Het hiertegen ingestelde beroep is door de rechtbank Utrecht bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 25 januari 2007, onder verwijzing naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts T.E. Greven van 23 januari 2007, heeft het Uwv aan de Raad bericht dat het standpunt dat appellant op de in geding zijnde datum (21 maart 2002) in staat was om zijn maatgevende arbeid te verrichten niet langer wordt gehandhaafd.

Gelet hierop ziet de Raad aanleiding om de aangevallen uitspraak en het besluit van

8 september 2003 te vernietigen en het Uwv op te dragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

De Raad acht termen aanwezig om het Uwv met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal derhalve € 1288,- .

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 8 september 2003 gegrond en vernietigt dat besluit;

Bepaalt dat de Raad van bestuur het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een nieuwe beslissing op bezwaar neemt.

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant in eerste aanleg en in hoger beroep tot een bedrag groot € 1288,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van € 133,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

JL

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.