Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 9 maart 2007
ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8971Zaaknummer 04/6336 WAO
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 9 maart 2007
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 04/6336 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Weigering WAO-uitkering.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.H.A. Uri.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
04/6336 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 19 september (lees: oktober) 2004, 03/950 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 maart 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft J.M.A.J. van Leest, werkzaam bij Meerle b.v.b.a. te Meerle (België), hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2007. Voor appellant is J.M.A.J. van Leest en voor het Uwv mr. A.E.G. de Jong verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De rechtbank is op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het Uwv terecht heeft geweigerd appellant per 30 juni 2002 uitkering wegens arbeidsongeschiktheid toe te kennen.
Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van hetgeen door hem reeds in beroep is aangevoerd. Nieuwe relevante gezichtspunten zijn in hoger beroep niet naar voren gebracht.
Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de grieven van appellant afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die grieven niet kunnen slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig. De Raad voegt hieraan toe dat hij zich eveneens volledig kan vinden in hetgeen het Uwv in het verweerschrift in hoger beroep aangaande appellants grieven heeft gesteld.
Gezien het voorgaande treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak komt mitsdien voor bevestiging in aanmerking.
Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.H.A. Uri.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.