Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 31 januari 2007
ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7667Zaaknummer 04-4629 WAO
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 31 januari 2007
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 04-4629 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Nieuwe beslissing op bezwaar. Bezwaar alsnog gegrond. Geen belang meer. Niet-ontvankelijk verklaard.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag groot € 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2007.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.
JL
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
04/4629 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], h.o.d.n. [handelsnaam], wonende te [woonplaats], zaakdoende te [vestigingsplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 juli 2004, 03/4544 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv).
Datum uitspraak: 31 januari 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J. Versteegh, advocaat te Leiden, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Desgevraagd heeft het Uwv bij brief van 31 mei 2006 de Raad meegedeeld dat het ingenomen standpunt niet langer wordt gehandhaafd en dat een gewijzigde beslissing op bezwaar wordt afgegeven. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 2 juni 2006 wordt het bezwaar van appellante alsnog gegrond verklaard en de opgelegde loondoorbetalingsverplichting ingetrokken.
Namens appellante heeft mr. J. Versteegh bij schrijven van 16 juni 2006 de Raad bericht dat appellante zich refereert aan de gewijzigde beslissing op bezwaar.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Blijkens de brief van 16 juni 2006 van de gemachtigde van appellante heeft appellante geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het Uwv dient te wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag groot € 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2007.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.
JL
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 22 Berw
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.