Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 12 januari 2007

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6725Zaaknummer 06-1047 WSF

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-1047 WSF
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aangevoerde grieven hebben geen betrekking op bestreden besluit.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

06/1047 WSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 januari 2006, nr. 05/52 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)

Datum uitspraak: 12 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2006. Appellante is in persoon verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. M. van der Toorn.

II. OVERWEGINGEN

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de schuldbedragen, vermeld in het besluit van 6 november 2004 waarbij haar draagkracht voor het jaar 2005 op nihil is vastgesteld.

Bij besluit van 13 december 2004 (het bestreden besluit) heeft de IB-Groep het bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Appellante heeft in haar beroepschrift aangevoerd dat haar beroep was gericht tegen de beslissing van de IB-Groep om de haar in de jaren 1998, 1999 en 2000 ontvangen partnertoeslag terug te vorderen. Zij is het er niet mee eens dat de partnertoeslag achteraf wordt teruggevorderd. De IB-Groep heeft de partnertoeslag immers destijds zelf toegekend, terwijl appellante altijd alle door de IB-Groep gevraagde gegevens heeft verstrekt.

Het bestreden besluit in het onderhavige geding betreft evenwel niet de terugvordering van de partnertoeslag. Daarover is reeds eerder een besluit genomen dat in een vorige procedure tussen partijen in stand is gebleven (CRvB 4 november 2005, nr. 04/3803 WSF, LJN: AU6429).

De thans aangevoerde grieven raken niet aan het bestreden besluit en kunnen bijgevolg geen doel treffen. De aangevallen uitspraak komt mitsdien voor bevestiging in aanmerking.

Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.