Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 22 december 2006

ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5217Zaaknummer 04-6324 WAO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-6324 WAO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WAO-schatting.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het

openbaar op 22 december 2006.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.

Gw

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

04/6324 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 oktober 2004, 04/182 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 22 december 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en nader stukken ingebracht.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 10 november 2006.

Appellant noch zijn gemachtigde is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. E.F. de Roy van Zuydewijn.

II. OVERWEGINGEN

Aan appellant is bij besluit van 10 april 2003 een WAO-uitkering geweigerd omdat appellant na voltooiing van de wachttijd van 52 weken minder dan 15% arbeidsongeschikt was.

Bij besluit van 9 december 2003 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant op arbeidskundige gronden gegrond verklaard en aan appellant per 23 mei 2003 (de in geding zijnde datum) een WAO-uitkering toegekend, berekend naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25%.

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

De Raad deelt, onder overneming van de door de rechtbank in de aangevallen uitspraak gebezigde gronden, het oordeel van de rechtbank zowel ten aanzien van de medische als de arbeidsdeskundige (met name wat het vastgestelde maatmaninkomen betreft) kant. In hetgeen namens appellant in hoger beroep is aangevoerd - in essentie een herhaling van hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht - heeft de Raad geen aanleiding gevonden om tot een andersluidend oordeel te komen. Noch de grieven die namens appellant naar voren zijn gebracht, noch de gedingstukken hebben bij de Raad twijfel doen ontstaan omtrent de zorgvuldigheid, motivering en juistheid van de beslissing om aan appellant per 23 mei 2003 een WAO-uitkering, berekend naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25%, toe te kennen.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het

openbaar op 22 december 2006.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.

Gw

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.