Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 6 oktober 2006

ECLI:NL:CRVB:2006:AY9650Zaaknummer 04-2365 WAO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
6 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-2365 WAO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Onderzoek door de (bezwaar-)verzekeringsarts niet onzorgvuldig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en R.C. Stam en A.W.M. Bijloos als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Mulder als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2006.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.P. Mulder.

BKH 130906

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

04/2365 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 april 2004, 03/2087

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 oktober 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld en drie maal (aanvullende) gronden ingediend.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een vraag van de Raad beantwoord.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2006. Namens appellante is verschenen mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 8 juli 2003 (het bestreden besluit) waarbij hij heeft gehandhaafd zijn besluit van 29 januari 2003 tot ongewijzigde voortzetting van de aan appellante toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25%.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard onder verwerping van de door appellante aangevoerde grief dat het onderzoek door de (bezwaar-)verzekeringsarts onzorgvuldig is geweest en met de overweging dat zij geen aanleiding tot twijfel ziet aan de juistheid van deze medische beoordeling(en). De Raad kan zich ten volle met deze overwegingen verenigen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en R.C. Stam en A.W.M. Bijloos als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Mulder als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2006.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.P. Mulder.

BKH 130906

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.