Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 15 september 2006

ECLI:NL:CRVB:2006:AY8295Zaaknummer 04-4029 WAO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-4029 WAO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om herziening van een besluit. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 september 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

Gw

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

04/4029 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 16 juli 2004, 04/315 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 15 september 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2006. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door A.M. Snijders.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 29 augustus 2003 heeft het Uwv het verzoek van appellant om terug te komen van het besluit van 6 augustus 1992 afgewezen.

Bij besluit van 14 januari 2004 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

In de aangevallen uitspraak is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het Uwv een juiste maatstaf heeft gehanteerd door de vraag centraal te stellen of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en dat het Uwv terecht heeft geoordeeld dat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden op grond waarvan het besluit van 6 augustus 1992 niet in stand kan blijven. In dit verband heeft de rechtbank overwogen dat als nieuwe omstandigheid slechts kan gelden een omstandigheid van feitelijke aard; dat appellant met verwijzing naar de rapportage van Psychosofia stelt dat de knieklachten en de mate van allergie destijds zijn onderschat levert niet een nieuwe omstandigheid op.

Appellant heeft bij de Raad een uitgebreid hoger beroepschrift ingediend, maar in essentie heeft hij dezelfde gronden als bij de rechtbank naar voren gebracht.

De Raad is van oordeel dat de rechtbank de grieven van appellant afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom die grieven niet kunnen slagen.

De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 september 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

Gw

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.