Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 21 juli 2006

ECLI:NL:CRVB:2006:AY5860Zaaknummer 05-5586 WAO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5586 WAO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

05/5586 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 4 augustus 2005, 04/654 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 21 juli 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2006. Appellant was in persoon aanwezig en het Uwv was vertegenwoordigd door J. Liesting, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 21 juli 2003 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheids- verzekering (WAO), welke was gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 19 september 2003 ingetrokken omdat hij vanaf die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt was.

Bij besluit van 8 april 2004 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 21 juli 2003 ongegrond verklaard.

De rechtbank Zwolle heeft het door appellant ingestelde beroep tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de informatie van dr. H.L.S.M. Busard, zenuwarts, niet genoeg is meegewogen en dat zijn geestelijke gesteldheid hem geen gelegenheid geeft om te werken.

Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de grieven van appellant falen. De gedingstukken bieden geen grondslag voor het oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig of onvolledig is geweest. De Raad wijst er in dit verband op dat appellant zowel door de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts is gezien. De bezwaarverzekeringsarts heeft informatie bij de huisarts opgevraagd en is gemotiveerd tot de conclusie gekomen dat de beperkingen op adequate wijze zijn vastgesteld.

Met betrekking tot de ten aanzien van appellant vastgestelde belastbaarheid schaart de Raad zich achter de overwegingen die de rechtbank dienaangaande heeft gegeven. De Raad voegt hieraan toe dat in hoger beroep geen objectief medische verklaringen zijn overgelegd die steun bieden aan een andersluidend oordeel.

Hieruit vloeit voort dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.