Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 29 maart 2006

ECLI:NL:CRVB:2006:AV7793Zaaknummer 05-6290 ZW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-6290 ZW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Met nieuw besluit wordt geheel tegemoet gekomen aan bezwaren. Proceskostenvergoeding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant tot een bedrag groot € 966,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant de door hem betaalde rechten van € 140,- vergoedt.

Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2006.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
  2. II. MOTIVERING
  3. III. BESLISSING

05/6290 ZW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij besluit van 26 januari 2005 heeft gedaagde aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 27 januari 2005 geen recht meer heeft op een uitkering ingevolge de Ziektewet omdat hij op en na die datum niet (meer) wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid.

Bij besluit van 31 maart 2005 (het bestreden besluit) is het bezwaar tegen voormeld besluit ongegrond verklaard.

De rechtbank Rotterdam heeft bij uitspraak van 19 september 2005, reg. nr. ZW 05/1652, het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard.

Namens appellant is mr. D.A. Harff, advocaat te Rotterdam, van die uitspraak in hoger beroep gekomen.

Bij brief van 5 januari 2005 (lees: 5 januari 2006) heeft gedaagde aan de Raad meegedeeld dat het bestreden besluit niet langer wordt gehandhaafd en dat volledig tegemoet wordt gekomen aan de bezwaren van appellant, gericht tegen de beslissing van 31 maart 2005. Dit heeft gedaagde middels een gewijzigde beslissing op bezwaar, gedateerd 5 januari 2005 (lees: 5 januari 2006), tevens aan appellant meegedeeld.

Bij faxbericht van 13 januari 2006 heeft mr. Harff de Raad meegedeeld dat met de beslissing van 5 januari 2005 (lees: 5 januari 2006) geheel tegemoet gekomen wordt aan de bezwaren van appellant en hij heeft de Raad verzocht een beslissing te geven ten aanzien van de proceskosten.

Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven de behandeling van het geding ter zitting van de Raad achterwege te laten.

II. MOTIVERING

Blijkens het faxbericht d.d. 13 januari 2006 van gemachtigde van appellant heeft hij geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellant, welke met inachtneming van het Besluit Proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- in hoger beroep, in totaal € 966,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant tot een bedrag groot € 966,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant de door hem betaalde rechten van € 140,- vergoedt.

Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2006.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.