Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 22 juni 2005

ECLI:NL:CRVB:2005:AT8544Zaaknummer 04/1051 NABW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1051 NABW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijzondere bijstand: kosten van de vliegreis, de verblijfkosten, de bijdrage aan de huwelijksreceptie en het huwelijkscadeau tot een bedrag van € 5.700,--. Huwelijk dochter in Canada.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2005.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) M. Pijper.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
  2. II. MOTIVERING
  3. III. BESLISSING

E N K E L V O U D I G E K A M E R

04/1051 NABW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 14 januari 2004, reg.nr. 02/1184 NABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 11 mei 2005, waar appellant is verschenen en waar gedaagde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen.

II. MOTIVERING

Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad, mede gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

In verband met het voorgenomen huwelijk van appellants dochter in Vancouver (Canada) heeft appellant op 3 juli 2002 een aanvraag bij gedaagde ingediend om bijzondere bijstand als bedoeld artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) in de kosten van de vliegreis, de verblijfkosten, de bijdrage aan de huwelijksreceptie en het huwelijkscadeau tot een bedrag van € 5.700,--.

Bij besluit van 5 augustus 2002, in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 11 december 2002, heeft gedaagde de aanvraag afgewezen.

Bij de - uitvoerig gemotiveerde - aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 11 december 2002 ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat, gelet op alle omstandigheden van het geval, de aan het huwelijk van appellants dochter verbonden kosten niet behoren tot de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Abw.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Hij voegt daaraan toe, dat de stelling van appellant dat hij door toedoen van gedaagde niet werkzaam is in dienstbetrekking (of als zelfstandig adviseur) en daarom is aangewezen op een bijstandsuitkering, wat daarvan op zichzelf ook zij, niet kan leiden tot het oordeel dat - wel - sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 39, eerste lid, van de Abw.

De rechtbank heeft het beroep derhalve terecht ongegrond verklaard, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2005.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) M. Pijper.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.