Uitspraak · Ambtenarenrecht
Centrale Raad van Beroep, 13 januari 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AS3516Zaaknummer 02/4921 AW
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 13 januari 2005
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 02/4921 AW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
- Procedure
- Herziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om herziening. Rechtsmiddel herziening is niet gegeven om een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Aldus gegeven door mr. G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en mr. J.Th. Wolleswinkel en mr. K. Zeilemaker als leden, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2005.
(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.
(get.) E. Blijleven-de Vries.
HD
30.12
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
02/4921 AW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht, op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
om herziening van de uitspraak van de Raad van 14 februari 2002, nrs. 98/1900 MAW en 98/2837 MAW.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Verzoeker heeft bij faxschrijven van 18 september 2002, nader aangevuld bij faxschrijven van 18 januari 2003, verzocht om herziening van bovenvermelde uitspraak, naar welke uitspraak hierbij wordt verwezen.
Namens de Commandant Nationaal Commando, rechtsopvolger van de in de uitspraak van 14 februari 2002 als gedaagde aangeduide Commandant 785 Electronische Centrale Werkplaats, is bij brief van 9 december 2002 op het verzoek om herziening gereageerd.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 3 december 2004, waar verzoeker in persoon is verschenen en waar namens de rechtsopvolger van de Commandant Nationaal Commando, de Commandant Operationeel Commando, is verschenen mr. M.A. Suwout, werkzaam bij het Ministerie van Defensie.
II. MOTIVERING
1. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak van 14 februari 2002 heeft de Raad, met vernietiging van de aangevallen uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 2 maart 1998, nr. AWB 96/4046 MAWKLA, (onder meer) geoordeeld dat de Commandant 785 Electronische Centrale Werkplaats ten tijde van de toekenning van de (beperkte) schadevergoeding na de intrekking van een reeds verleende toestemming om op vakantie te gaan, bevoegd was daarover een besluit te nemen en voorts dat het besluit tot vergoeding van uitsluitend de feitelijk gemaakte kosten in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 33, zevende lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
3. In zijn verzoek om herziening heeft verzoeker aangegeven het niet eens te zijn met de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd. Bij verzoeker is twijfel ontstaan aan de bevoegdheid van de functionaris die indertijd heeft beslist om zijn verlof in te trekken en aan de bevoegdheid van het desbetreffende bestuursorgaan om schade te vergoeden ten tijde van de indiening van zijn declaraties. Verzoeker heeft zijn vertrouwen in gedaagde verloren en heeft inmiddels de dienst verlaten. Als gevolg daarvan heeft hij schade geleden en lijdt hij die nog steeds. Hij wenst dat deze schade door gedaagde wordt vergoed.
4. De Raad overweegt dat de door verzoeker aangevoerde argumenten niet kunnen slagen omdat niet is voldaan aan het in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb neergelegde vereiste dat sprake is van feiten en omstandigheden die bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Verzoeker heeft geen feiten en omstandigheden genoemd die niet reeds in de oorspronkelijke procedure aan de orde zijn gesteld dan wel konden worden gesteld. De Raad wijst verzoeker er voorts op dat volgens vaste rechtspraak het bijzondere rechts-middel van herziening niet is gegeven om - eventueel op basis van andere argumenten - een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
5. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Aldus gegeven door mr. G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en mr. J.Th. Wolleswinkel en mr. K. Zeilemaker als leden, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2005.
(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.
(get.) E. Blijleven-de Vries.
HD
30.12
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:CRVB:2022:1576 Centrale Raad van Beroep, 4 juli 2022 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2072 Gerechtshof Den Haag, 21 oktober 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2073 Gerechtshof Den Haag, 21 oktober 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2020:2524 Centrale Raad van Beroep, 19 oktober 2020 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2020:2056 Centrale Raad van Beroep, 1 september 2020 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:3555 Centrale Raad van Beroep, 8 november 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:2791 Centrale Raad van Beroep, 11 september 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:2696 Centrale Raad van Beroep, 14 augustus 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2017:339 Centrale Raad van Beroep, 31 januari 2017 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2017:77 Centrale Raad van Beroep, 10 januari 2017 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:5143 Centrale Raad van Beroep, 27 december 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:4482 Centrale Raad van Beroep, 22 november 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:4236 Centrale Raad van Beroep, 8 november 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:3214 Centrale Raad van Beroep, 29 augustus 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:2732 Centrale Raad van Beroep, 19 juli 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:1222 Centrale Raad van Beroep, 5 april 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:971 Centrale Raad van Beroep, 31 maart 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:2634 Centrale Raad van Beroep, 5 augustus 2014 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:2641 Centrale Raad van Beroep, 5 augustus 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:2642 Centrale Raad van Beroep, 5 augustus 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:2643 Centrale Raad van Beroep, 5 augustus 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2013:2634 Centrale Raad van Beroep, 3 december 2013 (socialezekerheidsrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.