Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 22 december 2004
ECLI:NL:CRVB:2004:AR8941Zaaknummer 04/3011 WW
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 22 december 2004
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 04/3011 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Is het beroep van betrokkene terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn?
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. M.A. Hoogeveen in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 december 2004.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) M.D.F. de Moor.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/3011 WW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam van 21 april 2004, nr AWB 04/59 WWV, tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft van verweer gediend.
Partijen hebben desgevraagd toestemming verleend behandeling ter zitting achterwege te laten.
II. MOTIVERING
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroep niet tijdig is ingediend, terwijl niet is gebleken van enige omstandigheid waardoor redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest.
In hoger beroep heeft appellant -samengevat- aangevoerd dat hij het beroepschrift tijdig per post heeft verzonden en dat het beroepschrift binnen een week na verzending door de rechtbank is ontvangen. Een verklaring voor de datum van de poststempel TPG Post kan appellant niet geven.
De in geding zijnde vraag of appellant in zijn beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard beantwoordt de Raad bevestigend en voegt daar nog aan toe dat artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen van toepassing kan worden geacht indien het beroepschrift tijdig ter post is bezorgd. Het poststempel op de enveloppe waarin het beroepschrift is verzonden, vermeldt de datum 7 januari 2004. Bij gebreke van enige concrete aanwijzing voor het tegendeel moet de Raad er dan ook, met de rechtbank, van uitgaan dat de terpostbezorging eerst op 7 januari 2004 heeft plaatsgevonden.
Gelet hierop komt de aangevallen uitspraak dan ook voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. M.A. Hoogeveen in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 december 2004.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) M.D.F. de Moor.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.