Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 2 december 2004

ECLI:NL:CRVB:2004:AR7445Zaaknummer 04/1405 WUV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
2 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1405 WUV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Is betrokkene terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar omdat in de bestreden berekeningsbeschikking geen beslissing is opgenomen met betrekking tot vergoeding van extra te maken kosten, zodat in zoverre geen sprake is van een voor beroep/bezwaar vatbaar besluit als bedoeld in (artikel 1:3 van) de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 december 2004

(get.) G.L.M.J. Stevens.

(get.) J.P. Schieveen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
  2. II. MOTIVERING
  3. III. BESLISSING

E N K E L V O U D I G E K A M E R

04/1405 WUV

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiseres], wonende te [woonplaats] (Indonesië), eiseres,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Onder dagtekening 24 december 2003, kenmerk JZ/I/80/2003/1076, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Tegen dit besluit heeft eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift is uiteengezet waarom eiseres zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 21 oktober 2004, alwaar partijen - verweerster met bericht van verhindering - niet zijn verschenen.

II. MOTIVERING

Bij berekeningsbeschikking van 30 september 2003 heeft verweerster de eiseres als weduwe van een vervolgde ingevolge de Wet toekomende periodieke uitkering over de jaren 2002 en 2003 (voorlopig) vastgesteld.

Eiseres heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt, aanvoerende dat het bedrag van haar periodieke uitkering te laag is nu zij in verband met haar verslechterde gezondheid extra kosten moet maken.

Bij het bestreden besluit heeft verweerster eiseres in haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat in de bestreden berekeningsbeschikking geen beslissing is opgenomen met betrekking tot vergoeding van extra te maken kosten, zodat in zoverre geen sprake is van een voor beroep/bezwaar vatbaar besluit als bedoeld in (artikel 1:3 van) de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerster heeft daaraan, ter voorlichting van eiseres, nog toegevoegd dat zij als weduwe van een vervolgingsslachtoffer geen aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van de Wet.

Gelet op de voorhanden gegevens - waaronder met name ook het ontbreken van een voorafgaande aanvraag terzake - is de Raad met verweerster van oordeel dat in de bestreden berekeningsbeschikking van 30 september 2003 niet is beslist over eventuele aanspraken op vergoeding van extra medische kosten. Hieruit volgt dat het bezwaar van eiseres tegen die beschikking terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Voorts is juist de mededeling van verweerster dat de Wet niet voorziet in de mogelijkheid om aan eiseres als weduwe van een vervolgde bijzondere voorzieningen te verstrekken. Blijkens het bepaalde in de artikelen 20 en 21 van de Wet is het verstrekken van voorzieningen gekoppeld aan met de vervolging in verband staande ziekten en/of gebreken, hetgeen betekent dat voorzieningen alleen aan de echtgenoot van eiseres toegekend hadden kunnen worden.

Het beroep van eiseres dient derhalve ongegrond te worden verklaard.

De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 december 2004

(get.) G.L.M.J. Stevens.

(get.) J.P. Schieveen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.