Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 25 november 2004

ECLI:NL:CRVB:2004:AR6833Zaaknummer 04/2400 ALGEM

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/2400 ALGEM
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Termijnoverschrijding indienen gronden bezwaar.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. B.J. van der Net als voorzitter en door mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans en mr. M.C.M. van Laar als leden, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 25 november 2004.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) M. Renden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
  2. II. MOTIVERING
  3. III. BESLISSING

04/2400 ALGEM

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], gevestigd te [vestigingsplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 23 maart 2004, kenmerk 03/1513, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift, gedateerd 26 juli 2004, ingediend.

Bij brief van 9 september 2004 heeft gedaagde op verzoek van de Raad een nadere reactie ingezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 21 oktober 2004, waar appellant in persoon is verschenen en waar gedaagde zich niet heeft doen vertegenwoor-digen.

II. MOTIVERING

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of gedaagde het bezwaar van appellant bij besluit van 27 maart 2003 op juiste gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het feit dat appellant bij het instellen van bezwaar één van de ingevolge artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gestelde formele vereisten niet in acht heeft genomen.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daarbij geoordeeld dat appellant na de gestelde datum van ontvangst van de brief van gedaagde, waarin appellant in de gelegenheid is gesteld de gronden van zijn bezwaar aan te geven, nog voldoende tijd had om de gronden van zijn bezwaar in te dienen.

De Raad verenigt zich met dit oordeel van de rechtbank en onderschrijft dit standpunt alsmede de overwegingen die de rechtbank daaraan ten grondslag heeft gelegd. In aansluiting daarop overweegt de Raad nog het volgende.

Appellant heeft naar voren gebracht dat gedaagde een telefonische toezegging zou hebben gedaan, inhoudende dat nog tot vier weken na ontvangst van de brief de gronden van het bezwaar konden worden ingediend.

Van de zijde van gedaagde is ontkend dat een dergelijke toezegging is gedaan.

De Raad stelt vast dat appellant er niet in is geslaagd om aan te tonen dat hem een toezegging als hiervoor bedoeld is gedaan. Ook anderszins is de Raad niet gebleken van een in rechte te honoreren toezegging van gedaagde. Gedaagde was dan ook bevoegd het bezwaar met toepassing van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk te verklaren wegens het niet voldoen aan artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d van de Awb.

Van de zijde van appellant zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat gedaagde niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten om van die bevoegdheid gebruik te maken.

Uit het vorenoverwogene volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. B.J. van der Net als voorzitter en door mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans en mr. M.C.M. van Laar als leden, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 25 november 2004.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) M. Renden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.