Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 januari 2026
ECLI:NL:CBB:2026:49Zaaknummer 24/257
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 22 januari 2026
- Publicatiedatum
- 10 februari 2026
- Zaaknummer
- 24/257
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. Geen procesbelang. Beroep richt zich tegen de inschrijving van de opgave tot schorsing als bestuurder in het handelsregister. Geen bezwaar gemaakt tegen latere uitschrijving als bestuurder, zodat de uitschrijving onherroepelijk is geworden. Beroep niet-ontvankelijk.
Beslissing
Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Volgens vaste rechtspraak van het College heeft een appellant procesbelang als het resultaat dat met het beroep wordt nagestreefd ook daadwerkelijk kan worden bereikt. Dit resultaat moet voor de appellant feitelijke – en niet slechts hypothetische – betekenis hebben. Een formeel of principieel belang alleen is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
2 Naar het oordeel van het College heeft [naam 1] geen procesbelang. Hierbij is het volgende van belang. Op 9 februari 2024 heeft de KvK [naam 1] met ingang van 31 augustus 2023 uitgeschreven als bestuurder van [naam 3]. Tegen dit besluit is geen bezwaar gemaakt. Dit besluit staat daardoor in rechte vast. Hierdoor kan [naam 1] niet meer bereiken wat zij met het beroep tegen de inschrijving van de schorsing nastreeft. Ook als het College zou oordelen dat de opgave tot schorsing ten onrechte in het handelsregister is ingeschreven, dan kan daaraan geen rechtsgevolg worden verbonden. De uitschrijving als bestuurder is immers onherroepelijk geworden. Dat [naam 3] de inschrijving van de schorsing in het handelsregister in de civiele procedure als argument gebruikt, maakt niet dat [naam 1] om die reden procesbelang heeft. De wetgever heeft namelijk bepaald dat een inschrijving in het handelsregister niet constitutief is.
3 De KvK hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. J.L. Verbeek w.g. J.R. Willemstein
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Zaaknummer: 24/257
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 22 januari 2026
Rechters: mr. J.L. Verbeek, mr. M.J. Jacobs en mr. A. van Gijzen
Griffier: J.R. Willemstein
Partijen
[naam 1], te [woonplaats 1] ( [naam 1] ), waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en gemachtigde mr. C.S. van den Pauwert
en
de Kamer van Koophandel (KvK), waarvoor aanwezig is gemachtigde mr. B.A. van den Enden
met als derde partij
[naam 3], te [woonplaats 2] ( [naam 3] ), waarvoor aanwezig zijn [naam 4] en gemachtigde mr. E.F. Gomes
Beslissing
Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Volgens vaste rechtspraak van het College heeft een appellant procesbelang als het resultaat dat met het beroep wordt nagestreefd ook daadwerkelijk kan worden bereikt. Dit resultaat moet voor de appellant feitelijke – en niet slechts hypothetische – betekenis hebben. Een formeel of principieel belang alleen is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
2 Naar het oordeel van het College heeft [naam 1] geen procesbelang. Hierbij is het volgende van belang. Op 9 februari 2024 heeft de KvK [naam 1] met ingang van 31 augustus 2023 uitgeschreven als bestuurder van [naam 3]. Tegen dit besluit is geen bezwaar gemaakt. Dit besluit staat daardoor in rechte vast. Hierdoor kan [naam 1] niet meer bereiken wat zij met het beroep tegen de inschrijving van de schorsing nastreeft. Ook als het College zou oordelen dat de opgave tot schorsing ten onrechte in het handelsregister is ingeschreven, dan kan daaraan geen rechtsgevolg worden verbonden. De uitschrijving als bestuurder is immers onherroepelijk geworden. Dat [naam 3] de inschrijving van de schorsing in het handelsregister in de civiele procedure als argument gebruikt, maakt niet dat [naam 1] om die reden procesbelang heeft. De wetgever heeft namelijk bepaald dat een inschrijving in het handelsregister niet constitutief is.
3 De KvK hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. J.L. Verbeek w.g. J.R. Willemstein
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.