Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 augustus 2026

ECLI:NL:CBB:2026:435Zaaknummer 25/766

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
27 augustus 2026
Publicatiedatum
14 september 2026
Zaaknummer
25/766
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 27 augustus 2026. Beroep ongegrond. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen, gezien de warmtepompen al zijn aangeschaft voor de subsidieaanvraag en daarmee niet aan het vereiste voor stimulerend effect is voldaan.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. [naam] heeft een aanvraag ingediend voor een Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) in verband met de installatie van vier warmtepompen. [naam] heeft de warmtepompen geïnstalleerd in appartementen die hij verhuurt. [naam] is daarom geen eigenaar-bewoner en dat betekent dat moet worden voldaan aan het vereiste van stimulerend effect. Dit vereiste houdt in dat de investeringen pas gedaan mogen worden ná de subsidieaanvraag. Omdat [naam] de warmtepompen al had aangeschaft voordat hij de aanvraag had gedaan, moest de minister de aanvraag afwijzen.

2 De voorwaarden van de subsidieregeling zijn duidelijk. Omdat [naam] geen eigenaar-bewoner is, komt hij niet voor de subsidie in aanmerking. De minister heeft de subsidieaanvraag daarom terecht afgewezen. De minister kan niet zomaar afwijken van de regeling. Dat zou in strijd zijn met de Europese staatssteunregels. Vanwege het vereiste van het stimulerend effect moet een subsidie eerst worden aangevraagd en mogen daarna pas de maatregelen worden aangebracht.

3 [naam] is afgegaan op het verkeerde advies van zijn installateur. Dat is vervelend, zeker nu het bedrijf van de installateur niet meer bestaat, maar dat betekent niet dat de minister hem daarom subsidie moet verstrekken. [naam] had zelf moeten onderzoeken wat de voorwaarden waren om subsidie te krijgen. Het College twijfelt er niet aan dat [naam] de maatregelen heeft getroffen met goede intenties, maar dat maakt de beoordeling niet anders.

4 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. D. Brugman w.g. N.J. Vlug

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorzitter: mr. D. Brugman
  2. Partijen
  3. [naam] , te [woonplaats]
  4. Beslissing
  5. Overwegingen

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/766

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2026

Voorzitter: mr. D. Brugman

Griffier: N.J. Vlug

Partijen

[naam] , te [woonplaats]

en

de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M. Schulte

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. [naam] heeft een aanvraag ingediend voor een Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) in verband met de installatie van vier warmtepompen. [naam] heeft de warmtepompen geïnstalleerd in appartementen die hij verhuurt. [naam] is daarom geen eigenaar-bewoner en dat betekent dat moet worden voldaan aan het vereiste van stimulerend effect. Dit vereiste houdt in dat de investeringen pas gedaan mogen worden ná de subsidieaanvraag. Omdat [naam] de warmtepompen al had aangeschaft voordat hij de aanvraag had gedaan, moest de minister de aanvraag afwijzen.

2 De voorwaarden van de subsidieregeling zijn duidelijk. Omdat [naam] geen eigenaar-bewoner is, komt hij niet voor de subsidie in aanmerking. De minister heeft de subsidieaanvraag daarom terecht afgewezen. De minister kan niet zomaar afwijken van de regeling. Dat zou in strijd zijn met de Europese staatssteunregels. Vanwege het vereiste van het stimulerend effect moet een subsidie eerst worden aangevraagd en mogen daarna pas de maatregelen worden aangebracht.

3 [naam] is afgegaan op het verkeerde advies van zijn installateur. Dat is vervelend, zeker nu het bedrijf van de installateur niet meer bestaat, maar dat betekent niet dat de minister hem daarom subsidie moet verstrekken. [naam] had zelf moeten onderzoeken wat de voorwaarden waren om subsidie te krijgen. Het College twijfelt er niet aan dat [naam] de maatregelen heeft getroffen met goede intenties, maar dat maakt de beoordeling niet anders.

4 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. D. Brugman w.g. N.J. Vlug

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.