Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15 juni 2026
ECLI:NL:CBB:2026:307Zaaknummer 25/402
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 15 juni 2026
- Publicatiedatum
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- 25/402
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondeling uitspraak. De subsidie is terecht vastgesteld op nihil. Niet voldaan aan het vereiste van stimulerend effect. De aankoop van de warmtepomp ging vooraf aan de subsidieaanvraag. Beroep ongegrond.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De onderneming heeft bij de subsidieaanvraag onjuiste informatie verstrekt. De aankoop van de warmtepomp ging namelijk vooraf aan de aanvraag. Als de onderneming wel de juiste informatie had verstrekt, dan had de minister geen subsidie verleend. De minister was daarom bevoegd om de subsidie op nihil vast te stellen.
2 De onderneming heeft naar voren gebracht dat de minister geen gebruik mocht maken van die bevoegdheid, maar dat gaat hier niet op. Er bestaat geen recht op subsidie als niet is voldaan aan het vereiste van het stimulerend effect.[_b154e6c8-7467-41c5-9d02-c7f1cec4bce9] Het gaat hier om een dwingende bepaling van het Europese staatssteunkader. Als de onderneming anders had gehandeld en de aankoop van de warmtepomp na de subsidieaanvraag had gedaan, had zij wel aanspraak op de subsidie kunnen maken. Er is geen sprake van een onevenwichtig besluit.
3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. A. van Gijzen w.g. R. Hosseinollahi
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/402
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026
Voorzitter: mr. A. van Gijzen
Griffier: R. Hosseinollahi
Partijen
[naam 1], te [vestigingsplaats] (onderneming), waarvoor is verschenen [naam 2]
en
de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De onderneming heeft bij de subsidieaanvraag onjuiste informatie verstrekt. De aankoop van de warmtepomp ging namelijk vooraf aan de aanvraag. Als de onderneming wel de juiste informatie had verstrekt, dan had de minister geen subsidie verleend. De minister was daarom bevoegd om de subsidie op nihil vast te stellen.
2 De onderneming heeft naar voren gebracht dat de minister geen gebruik mocht maken van die bevoegdheid, maar dat gaat hier niet op. Er bestaat geen recht op subsidie als niet is voldaan aan het vereiste van het stimulerend effect.[_b154e6c8-7467-41c5-9d02-c7f1cec4bce9] Het gaat hier om een dwingende bepaling van het Europese staatssteunkader. Als de onderneming anders had gehandeld en de aankoop van de warmtepomp na de subsidieaanvraag had gedaan, had zij wel aanspraak op de subsidie kunnen maken. Er is geen sprake van een onevenwichtig besluit.
3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. A. van Gijzen w.g. R. Hosseinollahi
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.