Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15 juni 2026

ECLI:NL:CBB:2026:305Zaaknummer 25/238

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
25/238
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. De subsidie is terecht vastgesteld op nihil. De warmtepompen zijn niet door een bouwinstallatiebedrijf geïnstalleerd. Beroep ongegrond.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Een van de voorwaarden voor het verkrijgen en behouden van de investeringssubsidie voor een warmtepomp is dat de installatie moet worden gedaan door een bouwinstallatiebedrijf.[_48e49003-6772-43c8-b68b-f5e00a3b2290] Niet in geschil is dat [naam 2] geen bouwinstallatiebedrijf is als bedoeld in de subsidieregeling. [naam 1] heeft een bon van € 85,- overgelegd van [naam 3] – wel een bouwinstallatiebedrijf – voor controle van de installatie, maar dat wil niet zeggen dat de installatie is gedaan door [naam 3]. Het achteraf controleren van de installatie van de warmtepompen omvat namelijk niet de hele installatie. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarde van installatie door een bouwinstallatiebedrijf. De minister was daarom bevoegd om de subsidie vast te stellen op nihil.

2 De minister mocht ook van die bevoegdheid gebruik maken. De vaststelling op nihil is een geschikt en noodzakelijk middel om een ten onrechte verleende subsidie terug te krijgen. [naam 1] heeft aangevoerd dat na de controle is gebleken dat de warmtepompen veilig zijn geïnstalleerd, maar dat leidt niet tot een andere conclusie. De voorwaarde van installatie door een bouwinstallatiebedrijf is gesteld zodat uitsluitend deskundige en vakbekwame bedrijven de installatie uitvoeren. Op die manier wordt ook beoogd dat de warmtepompen al vanaf het moment van de installatie veilig zijn. Dat [naam 1] nadeel heeft van de vaststelling op nihil maakt het besluit niet onevenwichtig.

3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. A. van Gijzen w.g. R. Hosseinollahi

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorzitter: mr. A. van Gijzen
  2. Partijen
  3. [naam 1] , te [woonplaats]
  4. Beslissing
  5. Overwegingen

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/238

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026

Voorzitter: mr. A. van Gijzen

Griffier: R. Hosseinollahi

Partijen

[naam 1] , te [woonplaats]

en

de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Een van de voorwaarden voor het verkrijgen en behouden van de investeringssubsidie voor een warmtepomp is dat de installatie moet worden gedaan door een bouwinstallatiebedrijf.[_48e49003-6772-43c8-b68b-f5e00a3b2290] Niet in geschil is dat [naam 2] geen bouwinstallatiebedrijf is als bedoeld in de subsidieregeling. [naam 1] heeft een bon van € 85,- overgelegd van [naam 3] – wel een bouwinstallatiebedrijf – voor controle van de installatie, maar dat wil niet zeggen dat de installatie is gedaan door [naam 3]. Het achteraf controleren van de installatie van de warmtepompen omvat namelijk niet de hele installatie. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarde van installatie door een bouwinstallatiebedrijf. De minister was daarom bevoegd om de subsidie vast te stellen op nihil.

2 De minister mocht ook van die bevoegdheid gebruik maken. De vaststelling op nihil is een geschikt en noodzakelijk middel om een ten onrechte verleende subsidie terug te krijgen. [naam 1] heeft aangevoerd dat na de controle is gebleken dat de warmtepompen veilig zijn geïnstalleerd, maar dat leidt niet tot een andere conclusie. De voorwaarde van installatie door een bouwinstallatiebedrijf is gesteld zodat uitsluitend deskundige en vakbekwame bedrijven de installatie uitvoeren. Op die manier wordt ook beoogd dat de warmtepompen al vanaf het moment van de installatie veilig zijn. Dat [naam 1] nadeel heeft van de vaststelling op nihil maakt het besluit niet onevenwichtig.

3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. A. van Gijzen w.g. R. Hosseinollahi

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.