Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11 maart 2025

ECLI:NL:CBB:2025:313Zaaknummer 24/885

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
24/885
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

TVL. Bezwaar te laat, bijzondere omstandigheden, beroep gegrond.

Beslissing

Het College:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 26 augustus 2024;
  • draagt de minister op binnen vier weken na verzending van dit proces-verbaal een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 187,- aan de ondernemer te vergoeden;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van de ondernemer tot een bedrag van € 1.814,-.

Overwegingen

  • Op 30 januari 2021 heeft de minister een subsidie van € 3.088,95 aan de onderneming verleend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020. Op 7 juli 2022 heeft de minister deze subsidie ambtshalve vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 2.471,16 teruggevorderd, omdat de onderneming geen vaststellingsverzoek heeft ingediend en de minister van de Belastingdienst geen omzetgegevens heeft gekregen. De onderneming heeft op 2 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen de vaststelling. Dat is bijna twee jaar te laat. De minister heeft het bezwaar daarom niet-ontvankelijk verklaard.
  • In beroep is gebleken dat de gemachtigde van de onderneming van begin april 2022 tot en met oktober 2022 in het ziekenhuis heeft gelegen in verband met een zware operatie. Daardoor heeft hij het vaststellingsbesluit van 7 juli 2022 gemist. De gemachtigde is de boekhouder van de onderneming en werkt zelfstandig. Hij heeft dus geen collega’s die zijn werkzaamheden konden waarnemen toen hij in het ziekenhuis lag. Pas toen de onderneming bericht kreeg van een deurwaarder heeft men kennisgenomen van het vaststellingsbesluit. De gemachtigde heeft toen zo snel mogelijk alsnog bezwaar gemaakt. Het College oordeelt dat hier sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht. Het beroep is daarom gegrond en de minister moet het bezwaar tegen het vaststellingsbesluit alsnog inhoudelijk beoordelen.

w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Rechter: mr. B. Bastein
  2. Partijen
  3. Beslissing
  4. Overwegingen

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/885

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2025

Rechter: mr. B. Bastein

Griffier: mr. A.A. Dijk

Partijen

[naam 1] handelend onder de naam [naam 2], te [woonplaats] (ondernemer), waarvoor ook aanwezig is T.J.A. van den Hoogen

en

de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door C. Zieleman

Beslissing

Het College:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 26 augustus 2024;
  • draagt de minister op binnen vier weken na verzending van dit proces-verbaal een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 187,- aan de ondernemer te vergoeden;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van de ondernemer tot een bedrag van € 1.814,-.

Overwegingen

  • Op 30 januari 2021 heeft de minister een subsidie van € 3.088,95 aan de onderneming verleend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020. Op 7 juli 2022 heeft de minister deze subsidie ambtshalve vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 2.471,16 teruggevorderd, omdat de onderneming geen vaststellingsverzoek heeft ingediend en de minister van de Belastingdienst geen omzetgegevens heeft gekregen. De onderneming heeft op 2 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen de vaststelling. Dat is bijna twee jaar te laat. De minister heeft het bezwaar daarom niet-ontvankelijk verklaard.
  • In beroep is gebleken dat de gemachtigde van de onderneming van begin april 2022 tot en met oktober 2022 in het ziekenhuis heeft gelegen in verband met een zware operatie. Daardoor heeft hij het vaststellingsbesluit van 7 juli 2022 gemist. De gemachtigde is de boekhouder van de onderneming en werkt zelfstandig. Hij heeft dus geen collega’s die zijn werkzaamheden konden waarnemen toen hij in het ziekenhuis lag. Pas toen de onderneming bericht kreeg van een deurwaarder heeft men kennisgenomen van het vaststellingsbesluit. De gemachtigde heeft toen zo snel mogelijk alsnog bezwaar gemaakt. Het College oordeelt dat hier sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht. Het beroep is daarom gegrond en de minister moet het bezwaar tegen het vaststellingsbesluit alsnog inhoudelijk beoordelen.

w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.