Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15 april 2025
ECLI:NL:CBB:2025:248Zaaknummer 23/1569
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 15 april 2025
- Publicatiedatum
- 15 april 2025
- Zaaknummer
- 23/1569
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het College verklaart het verzet ongegrond. De onderneming is er ook in verzet niet in geslaagd zijn stelling dat het bezwaarschrift tijdig per post is bezorgd met stukken te onderbouwen.
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van J.R. Willemstein, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2025.
w.g. M. Schoneveld w.g. J.R. Willemstein
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Zaaknummer: 23/1569
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2025 op het verzet van
[naam 1] te [woonplaats] (onderneming)
en
de minister van Economische Zaken
(gemachtigde: mr. P. van Veen)
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 16 juli 2024.
De zitting was op 13 maart 2025. Aan de zitting heeft namens de onderneming [naam 2] deelgenomen en mr. P. van Veen namens de minister.
Overwegingen
1. Met de uitspraak van 16 juli 2024 heeft het College het beroep van de onderneming tegen het besluit van de minister van 10 juli 2023 ongegrond verklaard. Het College heeft geoordeeld dat de minister het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 25 maart 2021 terecht niet ontvankelijk heeft verklaard, omdat dit bezwaar te laat is ingediend. Bij het besluit van 25 maart 2021 is de subsidie op grond van de subsidieregeling Financiering vaste lasten MKB Covid-19 (TVL) voor de periode juni tot en met september van 2020 vastgesteld op nihil en is het betaalde voorschot teruggevorderd.
2 De onderneming heeft in verzet aangevoerd dat naar aanleiding van het besluit van 25 maart 2021 contact is geweest tussen de accountant van de onderneming en RVO, waarbij de accountant een betalingsregeling heeft getroffen. De onderneming heeft tegen deze betalingsregeling bezwaar gemaakt. De onderneming heeft nimmer gevolg gegeven aan de betalingsverplichting en geen enkele maal de afgesproken € 500,- per maand betaald. Het feit dat daar door de RVO niet over gereclameerd is, maakt volgens de onderneming aannemelijk dat het bezwaar destijds wel is ontvangen door de RVO.
3 Het College stelt vast dat de onderneming er ook in verzet niet in geslaagd is zijn stelling dat het bezwaarschrift tijdig ter post is bezorgd met stukken te onderbouwen. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van J.R. Willemstein, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2025.
w.g. M. Schoneveld w.g. J.R. Willemstein
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.