Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10 maart 2025

ECLI:NL:CBB:2025:209Zaaknummer 23/1769, 23/1770 en 23/1771

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
10 maart 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
23/1769, 23/1770 en 23/1771
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet verschoonbare termijnoverschrijding. Een beroep niet-ontvankelijk en andere twee beroepen ongegrond.

Beslissing

Het College:

  • verklaart het beroep met zaaknummer 23/1771 niet-ontvankelijk;
  • verklaart de beroepen met zaaknummers 23/1769 en 23/1770 ongegrond.

Overwegingen

1. Vast staat dat het tegen de twee besluiten van 6 april 2023 – waarbij de aan de onderneming op grond van de van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor respectievelijk het derde en vierde kwartaal van 2021 verleende subsidies zijn ingetrokken en de betaalde voorschotten zijn teruggevorderd – en het tegen het besluit van 31 maart 2022 – waarbij de subsidieaanvraag voor het eerste kwartaal van 2022 is afgewezen – gerichte bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn is ingediend. Omdat volgens de minister geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, heeft hij de bezwaren met de besluiten van 7 augustus 2023 (zaaknummer 23/1769), 31 juli 2023 (zaaknummer 23/1770) en 25 juli 2023 (zaaknummer 23/1771) niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze drie besluiten heeft de onderneming beroep ingesteld. Dat het beroep tegen het besluit van 25 juli 2023 (zaaknummer 23/1771) niet tijdig is ingesteld is niet in geschil.

Zaaknummer 23/1771

2 Hoewel het College begrip heeft voor de aangevoerde omstandigheden, ziet het daarin geen grond voor het oordeel dat de overschrijding van de beroepstermijn niet aan de onderneming kan worden toegerekend. Van bijzondere omstandigheden die maken dat de onderneming verhinderd was om tijdig beroep in te stellen is niet gebleken. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Zaaknummers 23/1769 en 23/1770

3 Het College is van oordeel dat de minister de tegen de besluiten van 6 april 2023 gemaakte bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De door de onderneming aangevoerde omstandigheden vormen geen aanleiding om te oordelen dat het voor haar onmogelijk was om binnen de bezwaartermijn (pro-forma) bezwaar te maken. Dat het (tegen de besluiten van 6 april 2023 gerichte) bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, kan daarom aan de onderneming worden toegerekend. De beroepen zijn ongegrond.

Zaaknummers 23/1769, 23/1770 en 23/1771

4 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. J.M. Baars

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 10 maart 2025
  2. Rechters: mr. R.W.L. Koopmans, mr. B. Bastein en mr. W.J.A.M. Brussel
  3. Partijen
  4. [naam] , te [woonplaats] (onderneming)
  5. Beslissing
  6. Overwegingen

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 23/1769, 23/1770 en 23/1771

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van

10 maart 2025

Rechters: mr. R.W.L. Koopmans, mr. B. Bastein en mr. W.J.A.M. Brussel

Griffier: mr. J.M. Baars

Partijen

[naam] , te [woonplaats] (onderneming)

(gemachtigden: mr. D.N. Broerse en mr. F.M. van der Laan)

en

de minister van Economische Zaken

(gemachtigde: mr. H.G.M. Wammes)

Beslissing

Het College:

  • verklaart het beroep met zaaknummer 23/1771 niet-ontvankelijk;
  • verklaart de beroepen met zaaknummers 23/1769 en 23/1770 ongegrond.

Overwegingen

1. Vast staat dat het tegen de twee besluiten van 6 april 2023 – waarbij de aan de onderneming op grond van de van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor respectievelijk het derde en vierde kwartaal van 2021 verleende subsidies zijn ingetrokken en de betaalde voorschotten zijn teruggevorderd – en het tegen het besluit van 31 maart 2022 – waarbij de subsidieaanvraag voor het eerste kwartaal van 2022 is afgewezen – gerichte bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn is ingediend. Omdat volgens de minister geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, heeft hij de bezwaren met de besluiten van 7 augustus 2023 (zaaknummer 23/1769), 31 juli 2023 (zaaknummer 23/1770) en 25 juli 2023 (zaaknummer 23/1771) niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze drie besluiten heeft de onderneming beroep ingesteld. Dat het beroep tegen het besluit van 25 juli 2023 (zaaknummer 23/1771) niet tijdig is ingesteld is niet in geschil.

Zaaknummer 23/1771

2 Hoewel het College begrip heeft voor de aangevoerde omstandigheden, ziet het daarin geen grond voor het oordeel dat de overschrijding van de beroepstermijn niet aan de onderneming kan worden toegerekend. Van bijzondere omstandigheden die maken dat de onderneming verhinderd was om tijdig beroep in te stellen is niet gebleken. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Zaaknummers 23/1769 en 23/1770

3 Het College is van oordeel dat de minister de tegen de besluiten van 6 april 2023 gemaakte bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De door de onderneming aangevoerde omstandigheden vormen geen aanleiding om te oordelen dat het voor haar onmogelijk was om binnen de bezwaartermijn (pro-forma) bezwaar te maken. Dat het (tegen de besluiten van 6 april 2023 gerichte) bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, kan daarom aan de onderneming worden toegerekend. De beroepen zijn ongegrond.

Zaaknummers 23/1769, 23/1770 en 23/1771

4 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. J.M. Baars

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.