Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 februari 2025
ECLI:NL:CBB:2025:165Zaaknummer 23/1254
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 25 februari 2025
- Publicatiedatum
- 13 maart 2025
- Zaaknummer
- 23/1254
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Verzet
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond. Ondernemer niets aangevoerd waaruit blijkt dat 8:54 uitspraak onjuist is. Geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Overwegingen
1. De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 26 november 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:854 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)).
2 Met die uitspraak heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 11 mei 2023 ongegrond verklaard. Het College heeft daarin geoordeeld dat de minister het herzieningsverzoek van de ondernemer terecht had afgewezen, omdat de ondernemer geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden naar voren had gebracht.
3 De ondernemer heeft in verzet aangevoerd dat de nieuwe omstandigheden zijn dat voor de berekening van de subsidie over het vierde kwartaal van 2021 gebruik is gemaakt van omzetgegevens van de Belastingdienst, terwijl er geen aangiften omzetbelasting worden ingediend door de ondernemer. De ondernemer betaalt enkel kansspelbelasting. Het omzetverlies bedraagt volgens de ondernemer 20%, zodat de subsidie ten onrechte is vastgesteld op € 0,-.
4 Het College stelt vast dat de ondernemer in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 26 november 2024 niet juist is. In die uitspraak heeft het College overwogen dat wat door de ondernemer is aangevoerd over de aangiften kansspelbelasting en de hoogte van de referentie- en subsidieomzet geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De ondernemer had dit kunnen en moeten aanvoeren in een bezwaarprocedure tegen het vaststellingsbesluit. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
w.g. B. Bastein w.g. A. Verhoeven
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Zaaknummer: 23/1254
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op verzet van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A. Verhoeven
Partijen
[naam 1], handelend onder de naam [naam 2], te [woonplaats] (de ondernemer), waarvoor niemand aanwezig was
en
de minister van Economische Zaken, waarvoor aanwezig zijn mr. S. Piron en mr. drs. G.O. Hoeksma
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Overwegingen
1. De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 26 november 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:854 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)).
2 Met die uitspraak heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 11 mei 2023 ongegrond verklaard. Het College heeft daarin geoordeeld dat de minister het herzieningsverzoek van de ondernemer terecht had afgewezen, omdat de ondernemer geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden naar voren had gebracht.
3 De ondernemer heeft in verzet aangevoerd dat de nieuwe omstandigheden zijn dat voor de berekening van de subsidie over het vierde kwartaal van 2021 gebruik is gemaakt van omzetgegevens van de Belastingdienst, terwijl er geen aangiften omzetbelasting worden ingediend door de ondernemer. De ondernemer betaalt enkel kansspelbelasting. Het omzetverlies bedraagt volgens de ondernemer 20%, zodat de subsidie ten onrechte is vastgesteld op € 0,-.
4 Het College stelt vast dat de ondernemer in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 26 november 2024 niet juist is. In die uitspraak heeft het College overwogen dat wat door de ondernemer is aangevoerd over de aangiften kansspelbelasting en de hoogte van de referentie- en subsidieomzet geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De ondernemer had dit kunnen en moeten aanvoeren in een bezwaarprocedure tegen het vaststellingsbesluit. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
w.g. B. Bastein w.g. A. Verhoeven
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.