Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10 december 2024

ECLI:NL:CBB:2024:947Zaaknummer 24/755 en 24/756

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
20 december 2024
Zaaknummer
24/755 en 24/756
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. TVL Q2 en Q3 2021, aanvraag buiten aanvraagperiode ingediend. Beroepen ongegrond.

Beslissing

Het College verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

  • De minister heeft de aanvragen van de ondernemer voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor Q2 en Q3 van 2021 afgewezen omdat deze buiten de aanvraagperiode zijn ingediend.
  • De ondernemer heeft in de aanvraagperiodes te maken gehad met vervelende persoonlijke omstandigheden. Dat betekent naar het oordeel van het College echter niet dat het afwijzen van de aanvragen onevenredig is. Daarbij is vooral van belang dat de aanvragen twee jaar te laat zijn ingediend. Het is niet gebleken dat het voor de onderneming al die tijd onmogelijk was om contact op te nemen met de minister. Bovendien heeft de ondernemer in die periode wel andere TVL-aanvragen ingediend, bezwaar gemaakt tegen de verlening van een subsidie en vaststellingsaanvragen ingediend. Dat hij de aanvragen voor Q2 en Q3 van 2021 niet op tijd heeft ingediend, komt daarom voor zijn rekening.
  • De minister heeft de aanvragen terecht afgewezen. De beroepen zijn ongegrond.

w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Rechter: mr. B. Bastein
  2. Partijen
  3. [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] , (de ondernemer)
  4. Beslissing
  5. Overwegingen

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 24/755 en 24/756

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2024

Rechter: mr. B. Bastein

Griffier: mr. A.A. Dijk

Partijen

[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] , (de ondernemer)

en

de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes en mr. drs. G.O. Hoeksma

Beslissing

Het College verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

  • De minister heeft de aanvragen van de ondernemer voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor Q2 en Q3 van 2021 afgewezen omdat deze buiten de aanvraagperiode zijn ingediend.
  • De ondernemer heeft in de aanvraagperiodes te maken gehad met vervelende persoonlijke omstandigheden. Dat betekent naar het oordeel van het College echter niet dat het afwijzen van de aanvragen onevenredig is. Daarbij is vooral van belang dat de aanvragen twee jaar te laat zijn ingediend. Het is niet gebleken dat het voor de onderneming al die tijd onmogelijk was om contact op te nemen met de minister. Bovendien heeft de ondernemer in die periode wel andere TVL-aanvragen ingediend, bezwaar gemaakt tegen de verlening van een subsidie en vaststellingsaanvragen ingediend. Dat hij de aanvragen voor Q2 en Q3 van 2021 niet op tijd heeft ingediend, komt daarom voor zijn rekening.
  • De minister heeft de aanvragen terecht afgewezen. De beroepen zijn ongegrond.

w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.