Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 9 december 2024
ECLI:NL:CBB:2024:942Zaaknummer 24/178
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 9 december 2024
- Publicatiedatum
- 20 december 2024
- Zaaknummer
- 24/178
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
TVL1. De minister heeft het herzieningsverzoek terecht afgewezen. Geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 Awb. De afwijzing is ook niet evident onredelijk.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overweging
De minister heeft het herzieningsverzoek terecht afgewezen. De minister mocht bij het vaststellingsbesluit uitgaan van de gegevens van de Belastingdienst. Dat de onderneming na die vaststelling een suppletieaangifte heeft ingediend, is geen nieuw feit of veranderde omstandigheid. Er is ook geen sprake van een kennelijke misslag. Ten slotte is niet gebleken dat de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is. Daarbij is van belang dat de onderneming te laat bezwaar heeft gemaakt tegen de vaststelling van de subsidie over de periode juni tot en met september van 2020 en de minister dit bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. De onderneming heeft geen beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden. Dat, zoals de onderneming heeft gesteld, de afwijzing financiële gevolgen voor haar heeft, maakt de afwijzing ook niet evident onredelijk.
w.g. B. Bastein w.g. I.E. van de Geest
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/178
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. I.E. van de Geest
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats], (onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en mr. S.F. Hu
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overweging
De minister heeft het herzieningsverzoek terecht afgewezen. De minister mocht bij het vaststellingsbesluit uitgaan van de gegevens van de Belastingdienst. Dat de onderneming na die vaststelling een suppletieaangifte heeft ingediend, is geen nieuw feit of veranderde omstandigheid. Er is ook geen sprake van een kennelijke misslag. Ten slotte is niet gebleken dat de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is. Daarbij is van belang dat de onderneming te laat bezwaar heeft gemaakt tegen de vaststelling van de subsidie over de periode juni tot en met september van 2020 en de minister dit bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. De onderneming heeft geen beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden. Dat, zoals de onderneming heeft gesteld, de afwijzing financiële gevolgen voor haar heeft, maakt de afwijzing ook niet evident onredelijk.
w.g. B. Bastein w.g. I.E. van de Geest
Aangehaald in
- ECLI:NL:CBB:2026:449 College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 september 2026 (bestuursrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.