Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18 januari 2024
ECLI:NL:CBB:2024:82Zaaknummer 22/1992
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 18 januari 2024
- Publicatiedatum
- 13 februari 2024
- Zaaknummer
- 22/1992
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
In geschil is of de minister terecht heeft geconcludeerd dat de onderneming niet voldoet aan het criterium van de vaste lasten. Om in aanmerking te komen voor een TVL-subsidie moeten de vaste lasten in het referentiekwartaal minimaal € 1.500,- bedragen. Dat wordt berekend aan de hand van een forfaitair percentage van de omzet, in dit geval 9%. Door de omzet van het referentiekwartaal, € 11.443,- te vermenigvuldigen met het vaste lasten percentage van 9% kom je op een bedrag dat lager is dan € 1.500,-. Dat betekent dat de minister de subsidie terecht heeft afgewezen.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. In geschil is of de minister terecht heeft geconcludeerd dat de onderneming niet voldoet aan het criterium van de vaste lasten. Om in aanmerking te komen voor een TVL-subsidie moeten de vaste lasten in het referentiekwartaal minimaal € 1.500,- bedragen. Dat wordt berekend aan de hand van een forfaitair percentage van de omzet, in dit geval 9%. Door de omzet van het referentiekwartaal, € 11.443,- te vermenigvuldigen met het vaste lasten percentage van 9% kom je op een bedrag dat lager is dan € 1.500,-. Dat betekent dat de minister de subsidie terecht heeft afgewezen.
2 Dat de vaste lasten in het betreffende kwartaal, zoals wordt gesteld door de onderneming, mogelijk feitelijk hoger waren dan € 1.500,-, leidt niet tot een andere uitkomst, omdat niet de feitelijke vaste lasten bepalend zijn, maar de hiervoor aangegeven forfaitaire berekening.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. D. Uç
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1992
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2024
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. D. Uç
Partijen
[naam], te [plaats], de onderneming,
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn
mr. A.M.D. Dijkstra en mr. Y. Mellah.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. In geschil is of de minister terecht heeft geconcludeerd dat de onderneming niet voldoet aan het criterium van de vaste lasten. Om in aanmerking te komen voor een TVL-subsidie moeten de vaste lasten in het referentiekwartaal minimaal € 1.500,- bedragen. Dat wordt berekend aan de hand van een forfaitair percentage van de omzet, in dit geval 9%. Door de omzet van het referentiekwartaal, € 11.443,- te vermenigvuldigen met het vaste lasten percentage van 9% kom je op een bedrag dat lager is dan € 1.500,-. Dat betekent dat de minister de subsidie terecht heeft afgewezen.
2 Dat de vaste lasten in het betreffende kwartaal, zoals wordt gesteld door de onderneming, mogelijk feitelijk hoger waren dan € 1.500,-, leidt niet tot een andere uitkomst, omdat niet de feitelijke vaste lasten bepalend zijn, maar de hiervoor aangegeven forfaitaire berekening.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. D. Uç
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.