Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 8 oktober 2024

ECLI:NL:CBB:2024:766Zaaknummer 23/798 en 23/799

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
8 oktober 2024
Publicatiedatum
25 oktober 2024
Zaaknummer
23/798 en 23/799
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

TVL. Mondelinge uitspraak. Niet voldaan aan het vestigingsvereiste. Gelet op de inrichting van de ruimte als woonkamer en de beperkte beschikbare tijdvakken (maandag t/m vrijdag van 9-13 uur) is geen sprake van een ruimte waar de ondernemer duurzame bedrijfsactiviteiten uitvoerde.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

  • De minister heeft de aanvragen van de onderneming voor een subsidie vaste lasten voor startende MKB-ondernemingen op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 en het eerste kwartaal (Q1) van 2022 afgewezen omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste.
  • Het vereiste dat sprake moet zijn van duurzame uitoefening van bedrijfsactiviteiten op het vestigingsadres van de onderneming, geldt niet voor ambulante ondernemingen. De onderneming is geen ambulante onderneming. De toevoeging van een nieuwe SBI-code na 19 augustus 2022 speelt hier geen rol, alleen al omdat deze inschrijving dateert van na de kwartalen Q4 van 2021 en Q1 van 2022 waarover subsidie wordt aangevraagd.

3 De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen, omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste. De ondernemer huurde een ruimte aan de Jacob van Heemskerkstraat 13 in Enschede in de periode van 28 september 2021 tot en met 30 april 2022. Uit de huurovereenkomst blijkt dat hij van deze ruimte gebruik kon maken van maandag tot en met vrijdag, van 9 tot 13 uur. Het College is het met de minister eens dat geen sprake is van een ruimte waar de ondernemer duurzame bedrijfsactiviteiten uitvoerde. Dit gelet op de foto’s van het vestigingsadres waarop te zien is dat de ruimte is ingericht als woonkamer en op de beperkte tijdvakken waarbinnen de ondernemer gebruik kon maken van de ruimte.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.

w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Rechter: mr. B. Bastein
  2. Partijen
  3. [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] (de onderneming)
  4. Beslissing
  5. Overwegingen

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 23/798 en 23/799

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024

Rechter: mr. B. Bastein

Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades

Partijen

[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] (de onderneming)

en

de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en

mr. J.W.P. van Oosten

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

  • De minister heeft de aanvragen van de onderneming voor een subsidie vaste lasten voor startende MKB-ondernemingen op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 en het eerste kwartaal (Q1) van 2022 afgewezen omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste.
  • Het vereiste dat sprake moet zijn van duurzame uitoefening van bedrijfsactiviteiten op het vestigingsadres van de onderneming, geldt niet voor ambulante ondernemingen. De onderneming is geen ambulante onderneming. De toevoeging van een nieuwe SBI-code na 19 augustus 2022 speelt hier geen rol, alleen al omdat deze inschrijving dateert van na de kwartalen Q4 van 2021 en Q1 van 2022 waarover subsidie wordt aangevraagd.

3 De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen, omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste. De ondernemer huurde een ruimte aan de Jacob van Heemskerkstraat 13 in Enschede in de periode van 28 september 2021 tot en met 30 april 2022. Uit de huurovereenkomst blijkt dat hij van deze ruimte gebruik kon maken van maandag tot en met vrijdag, van 9 tot 13 uur. Het College is het met de minister eens dat geen sprake is van een ruimte waar de ondernemer duurzame bedrijfsactiviteiten uitvoerde. Dit gelet op de foto’s van het vestigingsadres waarop te zien is dat de ruimte is ingericht als woonkamer en op de beperkte tijdvakken waarbinnen de ondernemer gebruik kon maken van de ruimte.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.

w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.