Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 juli 2024
ECLI:NL:CBB:2024:560Zaaknummer 23/131
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 4 juli 2024
- Publicatiedatum
- 7 augustus 2024
- Zaaknummer
- 23/131
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het College oordeelt dat de minister de omzet op de juiste manier heeft bepaald, door te kijken naar de aangifte omzetbelasting. De onderneming heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij omzet heeft behaald die niet uit de aangifte omzetbelasting blijkt. Het bedrag dat de onderneming heeft ontvangen voor de levering van aandelen en dat als een lening in de administratie is opgenomen, is geen omzet.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Deze zaak draait om de vaststelling van de omzet van de onderneming. Die heeft de minister vastgesteld aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De onderneming is het hier niet mee eens. Zij vindt dat er omzet is gemaakt waarvoor geen aangifte voor de omzetbelasting hoeft te worden gedaan.
2. Het college oordeelt hierover niet anders dan in de eerdere zaak tussen partijen over de subsidie voor Q4 2021 (uitspraak van 29 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:693).
3. Het College oordeelt dat de minister de omzet op de juiste manier heeft bepaald, door te kijken naar de aangifte omzetbelasting. De onderneming heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij omzet heeft behaald die niet uit de aangifte omzetbelasting blijkt. Het bedrag dat de onderneming heeft ontvangen voor de levering van aandelen en dat als een lening in de administratie is opgenomen, is geen omzet.
4. Mogelijk toekomstig omzetverlies komt niet voor subsidie in aanmerking op grond van de TVL.
5. Dat de onderneming wel een uitkering op grond van de regeling Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS) heeft ontvangen, is niet van belang. De TOGS is een andere regeling dan de TVL met andere toekenningsvoorwaarden.
w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. A. Verhoeven
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/131
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2024
Rechter: mr. W.J.A.M. van Brussel
Griffier: mr. A. Verhoeven
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats], (de onderneming), waarvoor aanwezig is mr. J.C. Kotteman, [naam 2] en [naam 3]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door W. Dam en mr. T. Khidous
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Deze zaak draait om de vaststelling van de omzet van de onderneming. Die heeft de minister vastgesteld aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De onderneming is het hier niet mee eens. Zij vindt dat er omzet is gemaakt waarvoor geen aangifte voor de omzetbelasting hoeft te worden gedaan.
2. Het college oordeelt hierover niet anders dan in de eerdere zaak tussen partijen over de subsidie voor Q4 2021 (uitspraak van 29 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:693).
3. Het College oordeelt dat de minister de omzet op de juiste manier heeft bepaald, door te kijken naar de aangifte omzetbelasting. De onderneming heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij omzet heeft behaald die niet uit de aangifte omzetbelasting blijkt. Het bedrag dat de onderneming heeft ontvangen voor de levering van aandelen en dat als een lening in de administratie is opgenomen, is geen omzet.
4. Mogelijk toekomstig omzetverlies komt niet voor subsidie in aanmerking op grond van de TVL.
5. Dat de onderneming wel een uitkering op grond van de regeling Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS) heeft ontvangen, is niet van belang. De TOGS is een andere regeling dan de TVL met andere toekenningsvoorwaarden.
w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. A. Verhoeven
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.