Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24 juni 2024
ECLI:NL:CBB:2024:453Zaaknummer 23/422
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 24 juni 2024
- Publicatiedatum
- 16 juli 2024
- Zaaknummer
- 23/422
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aanvraag te laat Q1 2022. Afwijzing aanvraag niet onevenredig. Het niet tijdig indienen van de aanvraag komt voor rekening en risico van de onderneming.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat de aanvraag om een TVL-subsidie voor het eerste kwartaal (Q1) van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen en dat heeft de minister ook gedaan.
2. Het College toetst de beslissing van de minister op evenredigheid omdat aan die beslissing ook het (ongeschreven) evenredigheidsbeginsel ten grondslag ligt.
3. De onderneming dacht tijdens de aanvraagtermijn voor Q1 2022 te veel omzet behaald te hebben om voor TVL in aanmerking te komen. Bij het doen van de aangifte omzetbelasting voor Q1 2022 werd duidelijk dat dat niet het geval was. Het College is van oordeel dat deze omstandigheid niet maakt dat de afwijzing van de aanvraag onevenredig is. De aanvraag had (tijdig) ingediend kunnen worden.
4. De onderneming heeft op de zitting aangevoerd dat het beter ging met onderneming en zij er niet op bedacht was dat er nog een termijn van TVL-openstelling aan zat te komen. Dit maakt niet dat de wettelijke termijn door de minister opzij kan worden geschoven. Het niet tijdig indienen van de aanvraag komt dus voor rekening en risico van de onderneming.
5. De mededeling van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland dat een procedure bestaat om een te late aanvraag te melden, is niet aan te merken als een toezegging op grond waarvan de ondernemer ervan uit mocht gaan dat de aanvraag later kon worden ingediend.
6. Dat de minister fouten heeft gemaakt in het besluitvormingsproces is betreurenswaardig. Het geduld van de onderneming is hierdoor weliswaar op de proef gesteld maar het heeft geen inhoudelijke gevolgen gehad voor de beoordeling en/of de procesgang. Het College verbindt daaraan daarom ook geen gevolg.
7. De minister heeft de TVL-subsidie terecht afgewezen. Het beroep ongegrond en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. M. van Duuren w.g. A. Verhoeven
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/422
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2024
Rechter: mr. M. van Duuren
Griffier: mr. A. Verhoeven
Partijen
[naam 1], te [woonplaats], (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door W. Dam en A.M.D. Dijkstra
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat de aanvraag om een TVL-subsidie voor het eerste kwartaal (Q1) van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen en dat heeft de minister ook gedaan.
2. Het College toetst de beslissing van de minister op evenredigheid omdat aan die beslissing ook het (ongeschreven) evenredigheidsbeginsel ten grondslag ligt.
3. De onderneming dacht tijdens de aanvraagtermijn voor Q1 2022 te veel omzet behaald te hebben om voor TVL in aanmerking te komen. Bij het doen van de aangifte omzetbelasting voor Q1 2022 werd duidelijk dat dat niet het geval was. Het College is van oordeel dat deze omstandigheid niet maakt dat de afwijzing van de aanvraag onevenredig is. De aanvraag had (tijdig) ingediend kunnen worden.
4. De onderneming heeft op de zitting aangevoerd dat het beter ging met onderneming en zij er niet op bedacht was dat er nog een termijn van TVL-openstelling aan zat te komen. Dit maakt niet dat de wettelijke termijn door de minister opzij kan worden geschoven. Het niet tijdig indienen van de aanvraag komt dus voor rekening en risico van de onderneming.
5. De mededeling van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland dat een procedure bestaat om een te late aanvraag te melden, is niet aan te merken als een toezegging op grond waarvan de ondernemer ervan uit mocht gaan dat de aanvraag later kon worden ingediend.
6. Dat de minister fouten heeft gemaakt in het besluitvormingsproces is betreurenswaardig. Het geduld van de onderneming is hierdoor weliswaar op de proef gesteld maar het heeft geen inhoudelijke gevolgen gehad voor de beoordeling en/of de procesgang. Het College verbindt daaraan daarom ook geen gevolg.
7. De minister heeft de TVL-subsidie terecht afgewezen. Het beroep ongegrond en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. M. van Duuren w.g. A. Verhoeven
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.