Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 april 2024
ECLI:NL:CBB:2024:358Zaaknummer 23/119
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 25 april 2024
- Publicatiedatum
- 24 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/119
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De minister is bij de vaststelling van het omzetverlies terecht uitgegaan van de administratie van de vereniging, waarin de opbrengsten uit contributiegelden, sponsorgelden en de verhuur van terreinen zijn opgenomen. Er is geen sprake van een omzetverlies van ten minste 20% en de subsidie is terecht vastgesteld op nihil.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De vereniging betoogt dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies de opbrengsten uit contributiegelden, sponsorgelden en de verhuur van terreinen niet had mogen meenemen omdat die vooruit worden gefactureerd en dus niet uitsluitend betrekking hebben op Q4 van 2021. Dit betoog slaagt niet. De minister is terecht uitgegaan van de administratie van de vereniging, waar deze posten in opgenomen zijn. Op basis daarvan heeft de minister geconcludeerd dat er geen sprake is van een omzetverlies van ten minste 20% en de subsidie op grond van de TVL voor Q4 van 2021 terecht vastgesteld op nihil.
2 De minister heeft ter zitting terecht erop gewezen dat het omzetverlies ook geen 20% zou bedragen als anders wordt gekeken naar de omzet in de referentieperiode door de bedragen over meerdere kwartalen te verdelen.
w.g. B. Bastein w.g. A.M. Slierendrecht
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/119
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A.M. Slierendrecht
Partijen
C.V.V. [naam 1], te [plaats], (de vereniging), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en W. Dam
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De vereniging betoogt dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies de opbrengsten uit contributiegelden, sponsorgelden en de verhuur van terreinen niet had mogen meenemen omdat die vooruit worden gefactureerd en dus niet uitsluitend betrekking hebben op Q4 van 2021. Dit betoog slaagt niet. De minister is terecht uitgegaan van de administratie van de vereniging, waar deze posten in opgenomen zijn. Op basis daarvan heeft de minister geconcludeerd dat er geen sprake is van een omzetverlies van ten minste 20% en de subsidie op grond van de TVL voor Q4 van 2021 terecht vastgesteld op nihil.
2 De minister heeft ter zitting terecht erop gewezen dat het omzetverlies ook geen 20% zou bedragen als anders wordt gekeken naar de omzet in de referentieperiode door de bedragen over meerdere kwartalen te verdelen.
w.g. B. Bastein w.g. A.M. Slierendrecht
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.