Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 april 2024
ECLI:NL:CBB:2024:356Zaaknummer 23/392
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 25 april 2024
- Publicatiedatum
- 24 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/392
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De minister heeft de aangiften omzetbelasting van de eenmanszaak terecht als uitgangspunt genomen bij het bepalen van het omzetverlies. Dat de ondernemer verschillende bedrijfsactiviteiten heeft ontplooid en twee verschillende omzetbelastingnummers aan zijn eenmanszaak heeft verbonden, leidt niet tot een ander oordeel.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
De ondernemer heeft volgens de inschrijving in het handelsregister één onderneming, een eenmanszaak. De omzet van de eenmanszaak in de subsidieperiode en de referentieperiode volgt uit de aangiften omzetbelasting. De minister heeft deze aangiften omzetbelasting terecht als uitgangspunt genomen bij het bepalen van het omzetverlies. Dat de ondernemer verschillende bedrijfsactiviteiten heeft ontplooid en twee verschillende omzetbelastingnummers aan zijn eenmanszaak heeft verbonden, leidt niet tot een ander oordeel. Binnen de systematiek van de TVL kan hiermee geen rekening worden gehouden. Er is daarom geen reden om de omzet van [naam 4] buiten beschouwing te laten. De minister heeft de TVL-subsidie voor het vierde kwartaal van 2020 terecht vastgesteld op
€ 8.443,22.
w.g. B. Bastein w.g. A.M. Slierendrecht
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/392
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A.M. Slierendrecht
Partijen
[naam 1], handelend onder de naam [naam 2], te [plaats], (de ondernemer), waarvoor aanwezig is [naam 3]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en W. Dam
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
De ondernemer heeft volgens de inschrijving in het handelsregister één onderneming, een eenmanszaak. De omzet van de eenmanszaak in de subsidieperiode en de referentieperiode volgt uit de aangiften omzetbelasting. De minister heeft deze aangiften omzetbelasting terecht als uitgangspunt genomen bij het bepalen van het omzetverlies. Dat de ondernemer verschillende bedrijfsactiviteiten heeft ontplooid en twee verschillende omzetbelastingnummers aan zijn eenmanszaak heeft verbonden, leidt niet tot een ander oordeel. Binnen de systematiek van de TVL kan hiermee geen rekening worden gehouden. Er is daarom geen reden om de omzet van [naam 4] buiten beschouwing te laten. De minister heeft de TVL-subsidie voor het vierde kwartaal van 2020 terecht vastgesteld op
€ 8.443,22.
w.g. B. Bastein w.g. A.M. Slierendrecht
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.