Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18 april 2024

ECLI:NL:CBB:2024:318Zaaknummer 22/2561

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
18 april 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
22/2561
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De minister is terecht uitgegaan van de aangifte omzetbelasting zoals de onderneming die heeft ingediend

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1 Het betoog van de onderneming dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies is uitgegaan van verkeerde gegevens, slaagt niet. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de minister verklaard dat zij voorafgaand aan de zitting nog heeft gecontroleerd of de onderneming een suppletieaangifte heeft gedaan over de subsidieperiode. Zij heeft deze niet kunnen vinden in het systeem van de Belastingdienst. Nu de onderneming geen suppletieaangifte heeft overgelegd en de minister die ook niet heeft kunnen achterhalen, is de minister terecht uitgegaan van de aangifte omzetbelasting zoals de onderneming die heeft ingediend.

w.g. B. Bastein w.g. F. Willems

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Partijen
  2. [naam] , te [plaats] (onderneming)
  3. Beslissing
  4. Overwegingen

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2561

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2024

Raadsheer: mr. B. Bastein

Griffier: mr. F. Willems

Partijen

[naam] , te [plaats] (onderneming)

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en B. Groen

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1 Het betoog van de onderneming dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies is uitgegaan van verkeerde gegevens, slaagt niet. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de minister verklaard dat zij voorafgaand aan de zitting nog heeft gecontroleerd of de onderneming een suppletieaangifte heeft gedaan over de subsidieperiode. Zij heeft deze niet kunnen vinden in het systeem van de Belastingdienst. Nu de onderneming geen suppletieaangifte heeft overgelegd en de minister die ook niet heeft kunnen achterhalen, is de minister terecht uitgegaan van de aangifte omzetbelasting zoals de onderneming die heeft ingediend.

w.g. B. Bastein w.g. F. Willems

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.