Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21 maart 2024
ECLI:NL:CBB:2024:240Zaaknummer 22/2493
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 21 maart 2024
- Publicatiedatum
- 2 april 2024
- Zaaknummer
- 22/2493
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
TVL. Aanvraag te laat. Geen omstandigheid om af te wijken.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Het staat vast dat de onderneming de aanvraag TVL voor het eerste kwartaal 2022 op 7 april 2022, en daarmee te laat, heeft ingediend.
2. Uit artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.6.7 van de TVL volgt dat de minister afwijzend op de aanvraag beslist als de aanvraag niet tijdig is ingediend. Er is in de wettelijke regelingen geen mogelijkheid opgenomen om daarvan af te wijken
3. De vraag is dan of zich hier een omstandigheid voordoet die ertoe zou moeten leiden dat, in afwijking van de wet, toch subsidie moet worden toegekend.
4. Dat is niet het geval. De omstandigheid dat er voor dit kwartaal een kortere aanvraagtermijn geldt, is niet een reden om van de TVL af te wijken. De onderneming had zich op de hoogte kunnen stellen van de geldende aanvraagtermijn. Dit staat ook in een eerdere uitspraak van het College van 12 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:692).
5. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de onderneming “aan het overleven was”. Dat gold voor heel veel ondernemingen en ook dat is op zichzelf ook geen omstandigheid op grond waarvan afgeweken moet worden van de TVL.
6. Dit betekent dat de onderneming geen gelijk krijgt. De minister hoeft ook geen proceskosten te vergoeden.
w.g. J.H. de Wildt w.g. J.R. van de Coterlet
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2493
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 maart 2024
Rechter: mr. J.H. de Wildt
Griffier: J.R. van de Coterlet
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en mr. M. Achalhi
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Het staat vast dat de onderneming de aanvraag TVL voor het eerste kwartaal 2022 op 7 april 2022, en daarmee te laat, heeft ingediend.
2. Uit artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.6.7 van de TVL volgt dat de minister afwijzend op de aanvraag beslist als de aanvraag niet tijdig is ingediend. Er is in de wettelijke regelingen geen mogelijkheid opgenomen om daarvan af te wijken
3. De vraag is dan of zich hier een omstandigheid voordoet die ertoe zou moeten leiden dat, in afwijking van de wet, toch subsidie moet worden toegekend.
4. Dat is niet het geval. De omstandigheid dat er voor dit kwartaal een kortere aanvraagtermijn geldt, is niet een reden om van de TVL af te wijken. De onderneming had zich op de hoogte kunnen stellen van de geldende aanvraagtermijn. Dit staat ook in een eerdere uitspraak van het College van 12 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:692).
5. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de onderneming “aan het overleven was”. Dat gold voor heel veel ondernemingen en ook dat is op zichzelf ook geen omstandigheid op grond waarvan afgeweken moet worden van de TVL.
6. Dit betekent dat de onderneming geen gelijk krijgt. De minister hoeft ook geen proceskosten te vergoeden.
w.g. J.H. de Wildt w.g. J.R. van de Coterlet
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.