Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 oktober 2023

ECLI:NL:CBB:2023:599Zaaknummer 22/1960

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
12 oktober 2023
Publicatiedatum
24 oktober 2023
Zaaknummer
22/1960
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

TVL. Omzet wordt bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De opbrengst van de bedrijfsauto is meegenomen in de aangifte omzetbelasting en moet dus worden meegerekend. In de TVL is het uitgangspunt dat de omzet wordt bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De uitzondering voor gevallen waarbij niet de hele omzet wordt opgegeven voor de omzetbelasting is hier niet aan de orde. De onderneming vindt dat de verkoop van de oude bedrijfsauto niet moet worden meegerekend in de omzet, omdat dat geen reguliere bedrijfsopbrengst is. Het College begrijpt waarom de onderneming dat wil, maar in het systeem van de TVL is daar geen ruimte voor. De opbrengst van de bedrijfsauto is namelijk wel meegenomen in de aangifte omzetbelasting en moet dus worden meegerekend. Dat bij de inruil van de bedrijfsauto per saldo verlies is gemaakt is voor de TVL niet relevant.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. In de TVL is het uitgangspunt dat de omzet wordt bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De uitzondering voor gevallen waarbij niet de hele omzet wordt opgegeven voor de omzetbelasting is hier niet aan de orde. De onderneming vindt dat de verkoop van de oude bedrijfsauto niet moet worden meegerekend in de omzet, omdat dat geen reguliere bedrijfsopbrengst is. Het College begrijpt waarom de onderneming dat wil, maar in het systeem van de TVL is daar geen ruimte voor. De opbrengst van de bedrijfsauto is namelijk wel meegenomen in de aangifte omzetbelasting en moet dus worden meegerekend. Dat bij de inruil van de bedrijfsauto per saldo verlies is gemaakt is voor de TVL niet relevant.

2. De onderneming heeft verzocht om vergoeding van accountantskosten voor het aanleveren van tijdens de bezwaarfase door de minister opgevraagde aanvullende informatie. Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep is ongegrond en bovendien is pas na afloop van de bezwaarfase om vergoeding van deze kosten verzocht (artikel 7:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht).

w.g. M. van der Knijff De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Rechter: mr. M. van der Knijff
  2. Partijen
  3. Beslissing
  4. Overwegingen

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1960

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2023

Rechter: mr. M. van der Knijff

Griffier: I.E. van de Geest

Partijen

Fa. [naam 1] te [plaats] (de onderneming), vertegenwoordigd door [naam 2]

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door B. Moes en mr. M. van den Brink

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. In de TVL is het uitgangspunt dat de omzet wordt bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De uitzondering voor gevallen waarbij niet de hele omzet wordt opgegeven voor de omzetbelasting is hier niet aan de orde. De onderneming vindt dat de verkoop van de oude bedrijfsauto niet moet worden meegerekend in de omzet, omdat dat geen reguliere bedrijfsopbrengst is. Het College begrijpt waarom de onderneming dat wil, maar in het systeem van de TVL is daar geen ruimte voor. De opbrengst van de bedrijfsauto is namelijk wel meegenomen in de aangifte omzetbelasting en moet dus worden meegerekend. Dat bij de inruil van de bedrijfsauto per saldo verlies is gemaakt is voor de TVL niet relevant.

2. De onderneming heeft verzocht om vergoeding van accountantskosten voor het aanleveren van tijdens de bezwaarfase door de minister opgevraagde aanvullende informatie. Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep is ongegrond en bovendien is pas na afloop van de bezwaarfase om vergoeding van deze kosten verzocht (artikel 7:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht).

w.g. M. van der Knijff De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.