Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26 september 2023
ECLI:NL:CBB:2023:528Zaaknummer 22/1331
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 26 september 2023
- Publicatiedatum
- 26 september 2023
- Zaaknummer
- 22/1331
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. Er is niet voldaan aan het vereiste dat de dakisolatie een minimale Rd-waarde heeft van 3,5 m²K/W. Het beroep is ongegrond.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, in aanwezigheid van mr. F. Willems, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2023.
w.g. H.O. Kerkmeester w.g. F. Willems
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1331
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 september 2023 in de zaak tussen
[naam], te [woonplaats],
en
de minister voor Klimaat en Energie,
(gemachtigde: mr. J. van Essen).
Procesverloop
Met het besluit van 25 april 2022 heeft de minister de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van titel 4.5. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 15 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam], zijn echtgenote en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
1. [naam] heeft op 3 november 2021 subsidie aangevraagd voor het aanbrengen van glas- en dakisolatie. Nadien heeft hij op verzoek van de minister onder meer een factuur overgelegd van 25 mei 2021 en nadere informatie over het gebruikte isolatiemateriaal voor het dak. Uit deze factuur en nadere informatie blijkt dat voor het dak het isolatiemateriaal Kingspan Insulation Therma TM TF70 is gebruikt, dat de dikte van het isolatiemateriaal 70 mm bedraagt en dat dit materiaal een Rd-waarde heeft van 3,15 m²K/W.
2 [naam] voert aan dat hij liever dikkere dakisolatie had willen gebruiken maar dat hem dat is afgeraden door de dakdekker in verband met stormbestendigheid en het vermijden van hoogteverschil tussen zijn dak en het dak van de buren. Volgens de dakdekker zou de isolatiewaarde wel worden gehaald omdat er ook nog ander materiaal is gebruikt. De minister moet afgaan op de ervaring van de dakdekker. De subsidie voor glasisolatie is nu ook afgewezen, terwijl daarin wel is geïnvesteerd. Ook kan [naam] geen nieuwe aanvraag meer doen voor de glasisolatie omdat de termijn voor het indienen van een aanvraag inmiddels is verstreken doordat het hele proces zo lang heeft geduurd. [naam] is nu bezig met een aanvraag om subsidie voor een warmtepomp en wil de glasisolatie hierin graag meenemen.
3 De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag terecht is afgewezen. Het isolatiemateriaal dat is aangebracht in het dak, voldoet niet aan het vereiste van de minimale isolatiewaarde als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Regeling. Dit wordt ook niet door [naam] betwist. Dat [naam] is afgegaan op de mededeling van de dakdekker dat de isolatiewaarde wel wordt gehaald, maakt niet dat het isolatiemateriaal wel voldoet. Daarnaast kan de minister niet worden gehouden aan de door de dakdekker aan [naam] gedane mededeling. Omdat de dakisolatie niet voldoet aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen, moet ook de aanvraag ten aanzien van de glasisolatie worden afgewezen op grond van artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Regeling.
Beoordeling door het College
Artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Regeling bepaalt dat, voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, deze wordt verstrekt aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van de aanschaf en het door een bouwbedrijf in een koopwoning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor dakisolatie, waarbij het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m²K/W heeft.
Artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Regeling bepaalde ten tijde van belang dat de minister afwijzend beslist op een aanvraag voor subsidie voor een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, indien de aanvraag voor subsidie geen betrekking heeft op twee of meer verschillende typen investeringen die op het moment van indiening van de aanvraag op grond van deze titel voor subsidie in aanmerking kunnen komen.
5 Het College stelt vast dat [naam] niet betwist dat het isolatiemateriaal dat is gebruikt voor het dak niet voldoet aan het vereiste van artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Regeling. Dat een dikker isolatiemateriaal volgens de dakdekker niet kon worden gebruikt maar dat volgens de dakdekker de isolatiewaarde wel voldoende zou zijn, maakt niet dat het gebruikte isolatiemateriaal alsnog een minimale isolatiewaarde van 3,5 m²K/W heeft. Ook als rekening wordt gehouden met alle gebruikte materialen voor het dak, wordt niet aan deze voorwaarde voldaan, omdat het andere aangebrachte materiaal geen isolatiemateriaal is volgens de Regeling en daarom niet meetelt om de norm van 3,5 m²K/W te halen. De minister heeft de aanvraag ten aanzien van de dakisolatie dan ook terecht afgewezen.
6 Nu de investering in dakisolatie niet in aanmerking komt voor subsidie, is er geen sprake van twee of meer verschillende typen investeringen die op het moment van indiening van de aanvraag voor subsidie in aanmerking komen. Zoals de minister in het verweerschrift heeft opgemerkt, is de achtergrond van deze bepaling dat de minister belang hecht aan het maken van grote stappen. Hiermee wordt voorkomen dat het budget uitgeput raakt door een grote hoeveelheid aanvragen van eigenaar-bewoners voor slechts één type isolatiemaatregel. Dit betekent dat ook ten aanzien van de glasisolatie de aanvraag moet worden afgewezen. Dit heeft de minister dan ook terecht gedaan. Dat [naam] heeft geïnvesteerd in glasisolatie maakt dit niet anders. De Regeling bevat geen hardheidsclausule en biedt de minister geen ruimte voor een belangenafweging.
7 Met betrekking tot het verzoek van [naam] om in de aanvraag om subsidie voor een warmtepomp ook een nieuwe aanvraag voor de glasisolatie te mogen doen, merkt het College op dat het in deze procedure alleen gaat over afwijzing van de minister van de aanvraag om subsidie voor glas- en dakisolatie van 3 november 2021. Dat betekent dat het College geen oordeel kan geven over het verzoek van [naam] over een eventuele aanvraag om subsidie voor een warmtepomp en glasisolatie.
Conclusie
8 Het beroep is ongegrond. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, in aanwezigheid van mr. F. Willems, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2023.
w.g. H.O. Kerkmeester w.g. F. Willems
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.