Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 3 augustus 2023

ECLI:NL:CBB:2023:417Zaaknummer 22/1893

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
3 augustus 2023
Publicatiedatum
15 augustus 2023
Zaaknummer
22/1893
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

TVL Q1 2021. De minister heeft de subsidie terecht op nihil vastgesteld, omdat de onderneming niet voldoet aan het vereiste van ten minste 30% omzetverlies. Bij de berekening van het omzetverlies diende de minister uit te gaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat de onderneming voor het eerste kwartaal van 2021 (subsidieperiode) niet aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies uit de TVL-regeling voldoet, als wordt uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting.

2. De regelgever heeft ervoor gekozen de omzet voor de TVL-regeling te bepalen aan de hand van de aangifte omzetbelasting. Het College heeft eerder al geoordeeld dat dit geen onredelijk uitgangspunt is en dat de regeling geen ruimte biedt hiervan af te wijken. Het is dus niet mogelijk de omzet van de onderneming voor onderhanden werk, die in de subsidieperiode is gefactureerd en opgegeven in de aangifte omzetbelasting, niet mee te nemen bij de omzet voor de subsidieperiode. Dat die omzet anders is verwerkt in de jaarrekening doet hier niet aan af, omdat de aangifte omzetbelasting bepalend is en niet de jaarrekening.

3. De minister heeft de TVL-subsidie daarom terecht op € 0,- vastgesteld.

R.W.L. Koopmans L. ten Hove

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Raadsheer: mr R.W.L. Koopmans
  2. Partijen
  3. Beslissing
  4. Overwegingen

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1893

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2023

Raadsheer: mr R.W.L. Koopmans

Griffier: mr L. ten Hove

Partijen

[naam 1] B.V., gevestigd te [plaats] (de onderneming), voor wie is verschenen [naam 2],

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes en mr. S.F. Hu.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat de onderneming voor het eerste kwartaal van 2021 (subsidieperiode) niet aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies uit de TVL-regeling voldoet, als wordt uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting.

2. De regelgever heeft ervoor gekozen de omzet voor de TVL-regeling te bepalen aan de hand van de aangifte omzetbelasting. Het College heeft eerder al geoordeeld dat dit geen onredelijk uitgangspunt is en dat de regeling geen ruimte biedt hiervan af te wijken. Het is dus niet mogelijk de omzet van de onderneming voor onderhanden werk, die in de subsidieperiode is gefactureerd en opgegeven in de aangifte omzetbelasting, niet mee te nemen bij de omzet voor de subsidieperiode. Dat die omzet anders is verwerkt in de jaarrekening doet hier niet aan af, omdat de aangifte omzetbelasting bepalend is en niet de jaarrekening.

3. De minister heeft de TVL-subsidie daarom terecht op € 0,- vastgesteld.

R.W.L. Koopmans L. ten Hove

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.