Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24 juli 2023
ECLI:NL:CBB:2023:409Zaaknummer 22/1339
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 24 juli 2023
- Publicatiedatum
- 28 juli 2023
- Zaaknummer
- 22/1339
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
TVL Q1 2022, afwijzing, vestigingsvereiste. Mondelinge uitspraak, beroep ongegrond.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De minister heeft de aanvraag van [naam 1] afgewezen omdat zij niet voldoet aan het vestigingsvereiste. [naam 1] is het daarmee niet eens. Haar bedrijf staat ingeschreven op het adres [adres] in [plaats 2] en zij werkt daar ook. Het College is het met de minister eens dat met de enkele inschrijving op het adres niet is aangetoond dat [naam 1] duurzaam activiteiten verricht op dat adres.
2. Volgens [naam 1] heeft de minister bij haar eerdere aanvragen geen punt gemaakt van het vestigingsvereiste. Zij heeft voor andere kwartalen wel een TVL-subsidie gekregen. Zoals het College al eerder heeft geoordeeld betekent dat niet dat de minister bij de beoordeling van deze aanvraag niet meer mag nagaan of [naam 1] aan het vestigingsvereiste voldoet. De minister hoeft een eerder gemaakte fout niet te herhalen.
3. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2023.
w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1339
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2023 in de zaak tussen
[naam 1], h.o.d.n. [naam 2], te [plaats 1] ( [naam 1]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister)
(gemachtigden: mr. C. Zieleman en mr. M.P. Beudeker).
Procesverloop
Met het besluit van13 april 2022 (het afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van [naam 1] voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor de periode Q1 2022 afgewezen.
Met het besluit van 16 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard.
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 24 juli 2023. Aan de zitting hebben [naam 1] en de gemachtigden van de minister deelgenomen.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De minister heeft de aanvraag van [naam 1] afgewezen omdat zij niet voldoet aan het vestigingsvereiste. [naam 1] is het daarmee niet eens. Haar bedrijf staat ingeschreven op het adres [adres] in [plaats 2] en zij werkt daar ook. Het College is het met de minister eens dat met de enkele inschrijving op het adres niet is aangetoond dat [naam 1] duurzaam activiteiten verricht op dat adres.
2. Volgens [naam 1] heeft de minister bij haar eerdere aanvragen geen punt gemaakt van het vestigingsvereiste. Zij heeft voor andere kwartalen wel een TVL-subsidie gekregen. Zoals het College al eerder heeft geoordeeld betekent dat niet dat de minister bij de beoordeling van deze aanvraag niet meer mag nagaan of [naam 1] aan het vestigingsvereiste voldoet. De minister hoeft een eerder gemaakte fout niet te herhalen.
3. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2023.
w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.