Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 juli 2023
ECLI:NL:CBB:2023:402Zaaknummer 22/1274
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 17 juli 2023
- Publicatiedatum
- 28 juli 2023
- Zaaknummer
- 22/1274
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aanvraag te laat ingediend. Dat de CFE van de onderneming in London woont is geen bijzondere omstandigheid.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De minister heeft de TVL-aanvraag van de vennootschap afgewezen omdat deze niet binnen de aanvraagperiode is ingediend.
2. Volgens de vennootschap is de aanvraag te laat ingediend, omdat haar CFE in London woont en niet tijdig bekend was met de mogelijkheid om een TVL-aanvraag in te dienen.
3. De minister vindt terecht dat het de eigen verantwoordelijkheid is van een ondernemer om zich op de hoogte te stellen van de voorwaarden om voor een subsidie in aanmerking te komen. Het lag daarom op de weg van de vennootschap om tijdig te (laten) onderzoeken of, en zo ja, wanneer, een TVL-aanvraag kon worden gedaan. Dat is niet anders als de aanvrager niet in Nederland woont. Er is daarom geen sprake van een bijzondere omstandigheid die ertoe leidt dat de minister de aanvraag toch in behandeling had moeten nemen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. M.B. van Zantvoort, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.
w.g. B. Bastein w.g. M.B. van Zantvoort
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Zaaknummer: 22/1274
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 zaak tussen
Global Premium Telecom B.V., te Apeldoorn (de vennootschap)
(gemachtigde: E. Hofman)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat
(gemachtigden: mr. drs. G.O. Hoeksma en mr. S.F. Hu)
Procesverloop
De minister heeft de aanvraag van de vennootschap voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) afgewezen.
De vennootschap heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft de minister met zijn besluit van 23 mei 2022 ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
De vennootschap heeft hiertegen beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 17 juli 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van de vennootschap en van de minister.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De minister heeft de TVL-aanvraag van de vennootschap afgewezen omdat deze niet binnen de aanvraagperiode is ingediend.
2. Volgens de vennootschap is de aanvraag te laat ingediend, omdat haar CFE in London woont en niet tijdig bekend was met de mogelijkheid om een TVL-aanvraag in te dienen.
3. De minister vindt terecht dat het de eigen verantwoordelijkheid is van een ondernemer om zich op de hoogte te stellen van de voorwaarden om voor een subsidie in aanmerking te komen. Het lag daarom op de weg van de vennootschap om tijdig te (laten) onderzoeken of, en zo ja, wanneer, een TVL-aanvraag kon worden gedaan. Dat is niet anders als de aanvrager niet in Nederland woont. Er is daarom geen sprake van een bijzondere omstandigheid die ertoe leidt dat de minister de aanvraag toch in behandeling had moeten nemen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. M.B. van Zantvoort, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.
w.g. B. Bastein w.g. M.B. van Zantvoort
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.