Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 januari 2023
ECLI:NL:CBB:2023:33Zaaknummer 22/83
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 17 januari 2023
- Publicatiedatum
- 17 januari 2023
- Zaaknummer
- 22/83
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft in het vervangingsbesluit alsnog subsidie op grond van de TVL verleend en is daarmee volledig tegemoet gekomen aan de bezwaren van appellant. Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Geen belang bij inhoudelijke beoordeling van beroep tegen het vervangen bestreden besluit. Niet-ontvankelijk.
Beslissing
Het College: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan appellant te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, in aanwezigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2023.
w.g. Glerum w.g. Van Roosmalen
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/83
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellant
(gemachtigde: J.L.P. Rutten),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder
(gemachtigden: mr. drs. G.O. Hoeksma en mr. M.J.H. van der Burgt).
Procesverloop
Bij besluit van 16 april 2021 (het primaire besluit) heeft (destijds) de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat de aanvraag van appellant op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal 2021 afgewezen.
Bij (ongedateerd) besluit, verzonden op 23 november 2021 (het bestreden besluit), heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij besluit van 9 november 2022 (het vervangingsbesluit) heeft verweerder het bestreden besluit vervangen, het bezwaar van appellant tegen het primaire besluit gegrond verklaard, dit besluit herroepen en aan appellant een subsidie verleend voor het eerste kwartaal 2021.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft appellant niet gereageerd op het vervangingsbesluit.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 november 2022. Appellant is zonder bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Overwegingen
1. Het College stelt vast dat verweerder het bestreden besluit niet langer handhaaft en heeft vervangen door het vervangingsbesluit. Het College stelt daarnaast vast dat verweerder met het vervangingsbesluit volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen. Om die reden heeft het beroep van appellant niet van rechtswege mede betrekking op dit vervangingsbesluit. Dit volgt uit artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Nu verweerder het bestreden besluit niet langer handhaaft, is het College van oordeel dat appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Het College verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
2. Het College ziet aanleiding om te bepalen dat verweerder aan appellant het door hem betaalde griffierecht vergoedt. Appellant heeft immers van verweerder gelijk gekregen.
Beslissing
Het College: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan appellant te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, in aanwezigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2023.
w.g. Glerum w.g. Van Roosmalen
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.