Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 maart 2023

ECLI:NL:CBB:2023:114Zaaknummer 22/1674

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
22/1674
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Verzet
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. PKV toegewezen.

Beslissing

Het College:

  • verklaart het verzet gegrond;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van het verzet van de onderneming tot een bedrag van € 418,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van

mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken

op 7 maart 2023.

w.g. T.G.M. Simons w.g. S. van Noordt

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [de ondereming] B.V., te [plaats] (de onderneming)
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1674

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2023 op het verzet van

[de ondereming] B.V., te [plaats] (de onderneming)

(gemachtigde: mr. R.P. Kuijper)

Procesverloop

De onderneming heeft bij de rechtbank Midden-Nederland beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat van 28 februari 2022. De rechtbank heeft het beroepschrift doorgezonden aan het College.

Bij uitspraak van 13 december 2022 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting,

niet-ontvankelijk verklaard.

De onderneming heeft tegen de uitspraak van het College van 13 december 2022 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.

2. In verzet is gebleken dat de onderneming niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.

3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van

13 december 2022 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

4. De minister moet de proceskosten van het verzet van de onderneming vergoeden (0,5 punt voor het indienen van een verzetschrift, waarde per punt

€ 837,-, wegingsfactor 1). Het College bepaalt dit, omdat de verwarring rond de betaling van het griffierecht is ontstaan doordat de minister onder het besluit van

28 februari 2022 ten onrechte heeft vermeld dat daartegen beroep kon worden ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland.

Beslissing

Het College:

  • verklaart het verzet gegrond;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van het verzet van de onderneming tot een bedrag van € 418,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van

mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken

op 7 maart 2023.

w.g. T.G.M. Simons w.g. S. van Noordt

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.