Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 5 juli 2022
ECLI:NL:CBB:2022:352Zaaknummer 21/648, 21/649 en 21/650
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 5 juli 2022
- Publicatiedatum
- 5 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/648, 21/649 en 21/650
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de bezwaren van appellante naar het oordeel van het College terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Door de definitieve vaststelling van de schadebedragen, waren de voorschotten ‘uitgewerkt’.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, voorzitter in aanwezigheid van mr. C.H.R. Mattheussens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2022.
De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderdde uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 21/648, 21/649 en 21/650
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2022 in de zaak tussen
VOF [naam 1] , te [plaats] , appellante
(gemachtigde: mr. G.J.M. de Jager),
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. P.J. Kooiman).
Procesverloop
Bij besluiten van 3 juli 2020 (de voorschotbesluiten) heeft verweerder op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) aan appellante voorschotten toegekend in het kader van een tegemoetkoming voor de schade die zij heeft geleden, omdat haar nertsen op (haar) drie bedrijfslocaties moesten worden geruimd.
Bij besluiten van 22 april 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de bezwaren van appellante tegen de voorschotbesluiten niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2022. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Aan de zijde van appellante zijn ook verschenen [naam 2] en [naam 3]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Appellante heeft een nertsenfokkerij op drie locaties. Vanwege een SARS-CoV-2 besmetting zijn haar nertsen op deze locaties geruimd.
De waarde van de nertsen is vastgelegd in drie taxatierapporten. Verweerder heeft bij de voorschotbesluiten 70% van de bedragen in de taxatierapporten als voorschot toegekend.
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de voorschotbesluiten, omdat verweerder bij het bepalen van de voorschotten rekening had moeten houden met de door haar gemaakte reinigingskosten, de kosten voor de afvoer van mest en de dierenarts- en medicijnkosten.
Bij besluiten van 8 september 2020 heeft verweerder de tegemoetkoming in de schade voor de geruimde nertsen definitief vastgesteld. Appellante heeft tegen deze besluiten geen bezwaar gemaakt.
2. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de bezwaren van appellante tegen de voorschotbesluiten niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Het College ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens een gebrek aan procesbelang. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.
Voor de vraag of in bezwaar sprake was van procesbelang is bepalend of het bezwaar appellante in een betere positie kon brengen. Naar het oordeel van het College was dat niet mogelijk. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen voorschotbesluiten die zien op de schade door het ruimen van haar nertsen. Over de vergoeding van die schade is bij besluiten van 8 september 2020 definitief beslist. Daarmee zijn de voorschotbesluiten ‘uitgewerkt’ en heeft appellante haar procesbelang bij het bezwaar verloren.
4. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, voorzitter in aanwezigheid van mr. C.H.R. Mattheussens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2022.
De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderdde uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.